3. De Europese horizon

3.1. Inleiding

Nederland is geen eiland. Veel regelgeving over de privacy wordt op Europees niveau vastgesteld. Een voorbeeld hiervan is natuurlijk artikel 8 EVRM. Maar alle wetgeving in de EU voor wat betreft de verwerking van persoonsgegevens zou aan de Europese Richtlijn moeten voldoen. (1)

Maar ook de Raad van Europa stelt regels. Van belang is hier de Recommandation no R (89) 2 du Comité des Ministres du Conseil de l'Europe aux Etats membres sur la protection des données à caractère personnel utilisées à des fins d'emploi, aangenomen door het Comité van Ministers op 18 januari 1989:

3. Information et consultation des employés

3.1. Conformément aux législations et pratiques nationales et, le cas échéant, aux conventions collectives, les employeurs devraient informer ou consulter leurs employés ou les représentants de ceux-ci préalablement à l'introduction ou à la modification de systèmes automatisés pour la collecte et l'utilisation de données à caractère personnel concernant les employés. Ce principe s'applique également à l'introduction ou à la modification de procédés techniques destinés à contrôler les mouvements ou la productivité des employés.

3.2. L'accord des employés ou de leurs représentants devrait être recherché avant l'introduction ou la modification de tels systèmes ou procédés lorsque la procédure de consultation mentionnée au paragraphe 3.1 révèle une possibilité d'atteinte au droit au respect de la vie privée et de la dignité humaine des employés, à moins que d'autres garanties appropriées ne soient prévues par la législation ou la pratique nationale.

De standaard Europeese jurisprudentie over de privacy op het werk is de uitspraak in de zaak Niemietz/Duitsland. (2) Het Hof concludeert hierin dat er niet altijd een scherp onderscheid te maken is tussen private life en activities of a professional or business nature.r Derhalve strekt de bescherming van artikel 8 EVRM zich ook uit tot de werkplek. In Halford/UK spreekt het Hof zich nog duidelijker uit:

[ The Court ] Holds unanimously that Article 8 of the Convention is applicable to the complaints [ i.e. de schending van de privacy, ljm] concerning both the office and the home telephones;

In dit hoofdstuk komt de regelgeving in een aantal andere Europese landen aan bod. Dit 'rondje Europa' is verre van volledig. Het dient slechts als een korte verkenning en om een indruk te krijgen in hoeverre de Nederlandse regelgeving afwijkt van die in andere Europese landen.

3.2. Frankrijk

Het afluisteren van telefoongesprekken door een werkgever is in principe verboden wanneer dit de mauvaise foi gebeurt. (3) Voor het niet te kwader trouw zijn, is het in ieder geval noodzakelijk dat de Ondernemingsraad ( le comité d'entreprise ) vòòr de in gebruikname van af- of meeluisterapparatuur op de hoogte wordt gebracht. (4) Bovendien moet autorisatie aangevraagd worden bij het ministerie van defensie. (5)

Het is nog maar de vraag of de kwade trouw opgeheven wordt door het personeel van te voren op de hoogte te stellen. Vaak zullen additionele maatregelen genomen moeten worden, zoals toegang tot een vrije lijn en/of inzage in de transcripties van de telefoongesprekken.

Voor wat betreft het monitoren van telefoongesprekken bepaalt la déliberation no94-113 du 20 décembre 1994 welke maatregelen genomen moeten worden. Het belangrijkste is dat représentatives du personnel vòòr de installatie van de apparatuur op de hoogte gebracht moeten worden over:

  • welke controles uitgevoerd worden;
  • voor wie de informatie bedoeld is en
  • hoe een werknemer toegang heeft tot zijn eigen gegevens en hoe deze gecorrigeerd kunnen worden.

De maximale bewaartermijn van de gegevens is zes maanden. Bepaalde werknemers, zoals Ondernemingsraad-leden, moeten toegang hebben tot een vrije lijn.

In Frankrijk kent men, als een van de weinige landen in Europa, een eigen, wijd verbreid netwerk voor het opvragen van informatie: de minitel. Met enige regelmaat duikt in de arbeidsrechtspraak het privé-gebruik van de minitel op. De discussie daarbij lijkt voornamelijk gericht op de vraag of privé-gebruik een faute grave is en of op basis van het privé-gebruik ontslag mogelijk is. Aan het controle-aspect wordt vreemd genoeg grotendeels voorbij gegaan.

Video-bewaking is in Frankrijk aan duidelijk minder regels gebonden dan de Registratiekamer in Nederland voorstaat. (6) In Frankrijk maakt men onderscheid tussen publiek toegankelijke plaatsen (banken, warenhuizen) en lieux qualifiés juridiquement de privés. Voor publiek toegankelijke plaatsen moet toestemming van de overheid verkregen worden. De opnames mogen maximaal een maand bewaard blijven.

Voor niet publiek toegankelijke werkplekken moet de Ondernemingsraad van te voren geïnformeerd en geraadpleegd worden. De werknemer moet van te voren geïnformeerd worden. De eis dat de werknemer geïformeerd moet worden, wordt ook door de rechter gevolgd. (7)

De CNIL heeft hier slechts een rol wanneer de beelden via computers verwerkt worden.

Het briefgeheim is in Frankrijk duidelijk afgebakend. Reeds in 1938 heeft het Cour d'Appel in Parijs een werkgever veroordeeld, omdat hij een gesloten enveloppe had opengemaakt. (8) rechtspraak hierover is sindsdien consistent. Het briefgeheim is in Frankrijk dus absoluut, niet alleen ten opzichte van de staat, maar ook ten opzichte van de werkgever. Wel moet duidelijk zijn dat de correspondentie privé is, bijvoorbeeld omdat zij sous pli fermé is of de melding 'personnelle' of 'confidentiel' op de enveloppe heeft.

3.3. Engeland

De Data Protection Commissioner heeft een uitgebreide Code of Practice opgesteld over het gebruik van gegevens in een arbeidsrelatie. (9) Een onderdeel van deze Code of Practice bevat aanbevelingen voor het volgen van het personeel. Een overtreding van de regels in de Code of Practice is overigens niet automatisch een overtreding van privacy-wetgeving.

Bij de beoordeling van de volgsystemen wordt niet alleen rekening gehouden met inbreuk op de privacy van de werknemer, maar ook met inbreuk op de autonomie van de werknemer. Ook wordt een onderscheid gemaakt tussen performance monitoring en I>behavioural monitoring.

Voor elke vorm van monitoring stelt de Data Protection Commisioner de volgende standaarden voor:

  • Reeds bij de afweging tussen het bedrijfsbelang enerzijds en de privacy en autonomie van de werknemer anderzijds moet overleg gevoerd worden met vertegenwoordigers van het personeel.
  • Monitoring moet beperkt blijven tot wat absoluut noodzakelijk is voor het bedrijfsbelang.
  • Het gehele personeel moet op de hoogte van de monitoring zijn.
  • De gegevens mogen alleen voor het doel waarvoor ze ingewonnen worden gebruikt worden.

Uitzonderingen op deze regels zijn beperkt tot behavioural monitoring in verband met criminele activiteiten.

Voor het meeluisteren bij of opnemen van telefoongesprekken worden additionele regels voorgesteld:

  • Luister alleen mee als het bedrijfsbelang onvoldoende informatie krijgt op basis van het call-record.
  • Zorg ervoor, dat beide partijen in de conversatie op de hoogte zijn van het meeluisteren of opnemen en van de reden waarom dit gebeurt.
  • Zorg dat werknemers toegang hebben tot een lijn voor privé-gesprekken, bijvoorbeeld via een muntjes-telefoon. (10)

Voor camera-bewaking worden andere regels gegeven:

  • Maak een gescheiden analyse voor de noodzaak van video- en audiobewaking. Het is zeer zelden noodzakelijk om beide tegelijk te gebruiken.
  • Zorg dat iedereen, ook niet-personeel, op de hoogte is van de videobewaking.

3.4. België

Voor wat betreft de privacy-regelgeving steunt de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer sterk op de Europese regels. Daarbij wordt met name naar het Nederlandse en het Franse recht gekeken.

Basis voor het Belgische recht is de wet van 8 december 1992, de Wet tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. Waar sprake is van inbreuken op de privacy wordt verwezen naar het proportionaliteitsbeginsel. (11)

De Belgische Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer is zeer afkerig van het af- of meeluisteren van telefoongesprekken. (12) Zij stelt vast dat dit weliswaar in Nederland en Frankrijk onder bepaalde voorwaarden geaccepteerd is, maar blijft verwijzen naar artikel 314bis van het Belgisch strafwetboek. (13) Tegen het registreren van welke gesprekken gevoerd worden en met wie heeft de commissie minder bezwaar, mits het proportionaliteitsbeginsel gerespecteerd wordt.

Camera-toezicht is toegestaan als het finaliteitsbeginsel en proportionaliteitsbeginsel gerespecteerd worden. (14) Wel rust er een informatieplicht op de werkgever. Deze informatieplicht beslaat niet alleen het feit dàt er camera's geplaatst zijn, maar ook de reden waarom, dat wil zeggen het doel van de observatie. Het toestemmingsvereiste wordt door de Commissie in het kader van de proportionaliteit gezien.

3.5. Korte rechtsvergelijking

Net als in Nederland is er in de genoemde landen een aparte organisatie die toeziet op de verwerking van persoonsgegevens. Deze organisaties stellen, vaak op eigen initatief, richtlijnen op voor toezicht in de werksituatie. De regels in Europa wijken, zoals al verwacht kon worden, niet veel af van de Nederlandse regels. Wel ziet men accentverschillen. In de rest van Europa wordt nog meer expliciet de nadruk gelegd op de proportionaliteit. In Engeland wordt aangeraden de proportionaliteit van het toezicht af te wegen samen met de werknemers. In Frankrijk en Engeland legt men meer nadruk op de verplichting om in een vroeg stadium te overleggen met de Ondernemingsraad. De Engelse regels zijn strenger in de scheiding tussen privé en zakelijk gebruik van communicatiemiddelen. Wanneer het niet zonneklaar is dat het om zakelijke communicatie gaat, mag niet afgeluisterd worden. (15) Wellicht het grootste verschil is gelegen in de Belgische aversie tegen het afluisteren van telefoons.

Eindnoten

(1) Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, Publikatieblad nr L 281 van 23-11-1995, blz. 0031 - 0050.

(2) EHRM, 16 december 1992, NJ 1993, 400.

(3) Article 226-15 du code pénal.

(4) Article L 432-2-1 du code du travail.

(5) Article 226-3 du code pénal.

(6) travail_video1a.pdf Commission Nationale de l'Informatique et des Libertés, La vidéosurveillance sur le lieu de travail, versie 1.0-011297, http://www.cnil.fr.

(7) Cour de Cassation, 20 novembre 1991, Droit Social 1992, p. 28.

(8) Paris, 17 juni 1938, DH 1938.520, geciteerd in Bouchet p. 29.

(9) The use of personal data in employer/employee relationships, Draft Code of Practice issued for consultation by the Data Protection Commisioner, oktober 2000.

(10) Deze lijn mag dan niet afgeluisterd worden (EHRM 25 juni 1997, NJ 1998, 506).

(11) Wet van 8 december 1992, art. 5, sub f.

(12) Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, 30 januari 1998, RZ981U2_1.

(13) En dan met name § 1:
Met gevangenisstraf van zes maanden tot één jaar en met geldboete van tweehonderd frank tot tienduizend frank of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die 1° ofwel, opzettelijk, met behulp van enig toestel privé-communicatie of -telecommunicatie, waaraan hij niet deelneemt, tijdens de overbrenging ervan, afluistert of doet afluisteren, er kennis van neemt of doet van nemen, opneemt of doet opnemen, zonder de toestemming van alle deelnemers aan die communicatie of telecommunicatie;

(14) Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, advies Nr 34/1999 van 13 december 1999.

(15) Dit is waarschijnlijk een gevolg van de veroordeling van het Verenigd Koninkrijk door het EHRM. EHRM 25 juni 1997, NJ 1998, 506.