9. Conclusie
Het werken met glasvezels is niet de simpele oplossing die het in het begin leek. de gebruikte glasvezel is duur en relatief gevoelig voor storingen.
De oplossing, zoals die aan het begin gesuggereerd werd, voldoet helemaal niet. Het gebruik van tracking A/D-convertors introduceert te veel vertragingstijd om nog toegepast te kunnen worden op dit gebied. Hoewel ik nogal wat tijd besteed heb aan de tracking A/D-convertors, moet ik hun gebruik toch afraden.
Het is mogelijk om de huidige schakeling in combinatie met de, in de appendix beschreven, First Phase Predictor te gebruiken. Ik heb in de appendix echter alleen een aanzet willen geven tot de ontwikkeling ervan.
Voor gebruik in de huidige omstandigheden is het eerste alternatief, parallelle transmissie, misschien het aantrekkelijkst. De eenvoudige opzet maakt het mogelijk om het geheel compact te bouwen (b.v. op een eurokaart). De gevoeligheid voor common-mode spanningen is echter nogal afhankelijk van het gebruikte type opto-coupler.
Mocht er behoefte zijn aan ongevoeligere schakelingen (voor common-mode), dan kan het tweede alternatief gekozen worden. Er moet dan wel aandacht besteed worden aan de glasvezel. Het gekochte setje van Hirschmann is te gevoelig voor invloeden van buitenaf. Bovendien is het duur. Eventueel kan gedacht worden aan een eigen constructie voor de glasvezeltransmissie.
De vraag dient zich dan aan, waarom de PTT, bijvoorbeeld, wel glasvezels gebruikt. Daar wordt gewerkt met echt glas, terwijl wij vanwege de prijs met plastic werken. Tussen de centrales wordt de communicatie met custom IC’s geregeld. Met duurdere vezels en ECL is dan een hogere baudrate te halen.
Voor datalijnen naar een eindgebruiker komt de baudrate niet boven de 144kBaud (gegevens: 5ESS-PRX centrale van APT). Er wordt gebruik gemaakt van fout-corrigerende codes. De reconstructie van spraak is niet zo fase-gevoelig als onze meetsignalen, waardoor volstaan kan worden met een lagere samplerate.