
       
|  | 
Goed werken in netwerken - Regels voor controle op e-mail en internetgebruik van werknemers
Voorwoord
Het
gebruik van e-mail en internet heeft binnen organisaties een grote
vlucht genomen. Naast de evidente voordelen voor zowel werkgever als
werknemer zoals productiviteit, bereikbaarheid en snelheid hebben ook de
negatieve kanten van deze media zich gemanifesteerd. Werkgevers hebben
derhalve behoefte om het voorheen vrijblijvende gebruik van e-mail en
internet in goede banen te leiden. Daarvoor worden gedragscodes en
gebruiksregels opgesteld, die ook middels controle worden gehandhaafd.
Elektronische
controle van computergebruik roept vragen op met betrekking tot de
bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de werknemer. Een groot
aantal werkgevers, ondernemingsraden en individuele werknemers heeft
deze vragen in het afgelopen jaar voorgelegd aan de Registratiekamer. De
Registratiekamer heeft daarom een studie verricht naar de controle op
e-mail- en internetgebruik. Dit heeft geresulteerd in dit rapport Goed
werken in netwerken.
Met voorbeelden en praktijkgevallen worden
allereerst de feitelijke en juridische achtergronden van de problematiek
geschetst. Daaruit vloeit een set vuistregels voort die de werkgever
een handvat biedt om een behoorlijk en zorgvuldig beleid vast te
stellen. Het mag voor zich spreken dat de regels ook hun nut zullen
hebben voor ondernemingsraden en individuele werknemers als het gaat om
de beoordeling van het werkgeversbeleid en de consequenties daarvan voor
hun privacy.
mr. P.J. Hustinx Voorzitter van de Registratiekamer
Inhoud
Voorwoord
1 Inleiding
2 Controle door de werkgever 2.1 Toegang tot internet 2.2 Vormen van internet 2.2.1 E-mail 2.2.2 World Wide Web 2.2.3 FTP 2.2.4 Usenet 2.2.5 Chat 2.3 Content-filtering 2.4 Telewerken 2.5 Conclusie
3 Juridisch kader 3.1 Inleiding 3.2 Grondrechtelijk kader 3.3 Strafrechtelijk kader 3.4 Arbeidsrechtelijk kader 3.4.1 Burgerlijk wetboek 3.4.2 Arbeidsomstandighedenwetgeving 3.4.3 Wet op de ondernemingsraden 3.5 Wet bescherming persoonsgegevens (WBP) 3.5.1 Persoonsgegevens 3.5.2 Verwerking 3.5.3 Verantwoordelijke 3.5.4 Verzamelen / verwerken 3.5.5 Gebruik 3.5.6 Rechten en plichten 3.5.7 Melden of niet? 3.6 Telecommunicatiewet 3.7 Uitspraken van de rechter 3.8 Uitspraken van de Registratiekamer
4 Vuistregels 4.1 Algemeen 4.1.1 Online / off line 4.1.2 Ondernemingsraden 4.1.3 Publiceren regels 4.1.4 Priv�-gebruik 4.1.5 Softwarematige oplossingen 4.1.6 Rapportages en gebruiksstatistieken 4.1.7 Back-up 4.1.8 Systeembeheerder 4.1.9 Bespreking met werknemer 4.1.10 Inzage 4.1.11 Evaluatie van regels
4.2 E-mail / internet 4.2.1 Zakelijke mail / priv�-mail 4.2.2 Doeleinden en beperkingen 4.2.2.1 Begeleiding / beoordeling 4.2.2.2 Bewijs / archief 4.2.2.3 Systeem- en netwerkbeveiliging 4.2.2.4 Bedrijfsgeheimen 4.2.2.5 Negatieve publiciteit 4.2.2.6 Seksuele intimidatie 4.2.2.7 Naleving regels 4.2.2.8 Kosten- / capaciteitsbeheersing 4.2.3 Maatwerk in controles 4.2.4 Loggingen en bewaartermijnen 4.2.5 Geprivilegieerde informatie
Hoofdstuk 5 Beknopt overzicht vuistregels
Bijlage Deelnemers expert-meeting
1 Inleiding
Gedurende
de tweede helft van de jaren negentig heeft het gebruik van de
elektronische snelweg ingang gevonden als medium voor communicatie.
E-mail is een snelle en doorgaans betrouwbare manier om iemand ergens
van op de hoogte te stellen en op het World Wide Web (WWW) kan op een
eenvoudige en snelle wijze informatie worden ontsloten die daarvoor
moeilijk toegankelijk was. Ook binnen bedrijven heeft de elektronische
snelweg opritten gekregen. Meer en meer werknemers hebben via de
computer op hun bureau aansluiting op e-mail en internet. Veelal loopt
deze aansluiting via het interne netwerk van de werkgever. Daarmee
vervaagt ook het verschil tussen communicatie op het interne netwerk en
via externe verbindingen. Bij het gebruik van een intranet binnen een
organisatie is er zelfs geen zichtbaar verschil meer tussen 'binnen' en
'buiten'.
Deze nieuwe technologie�n kennen ook schaduwzijden.
Werknemers zijn van hun werktijd tegenwoordig een flink deel kwijt aan
het maken, lezen en beantwoorden van e-mail en het zoeken naar relevante
websites op het internet. Werkgevers ervaren priv�-gebruik van de
internetfaciliteiten als productiviteitsverlies. Daarnaast worden e-mail
en internet ook en soms vaak voor priv�-doeleinden gebruikt. Even een
nieuwtje laten weten aan je beste vriend(in), een geschikte
vakantiebestemming zoeken, de laatste hits van je favoriete artiesten of
de nieuwste drivers voor je computer thuis downloaden. De
internettechniek maakt snelle en grenzeloze communicatie mogelijk. Werkgevers
zijn bevreesd voor oneigenlijk gebruik van deze nieuwe middelen. Er
zitten immers soms grote risico's aan verbonden. Zo kunnen virussen de
computers beschadigen en zelfs hele computernetwerken lamleggen, liggen
hackers op de loer, kunnen bedrijfsgeheimen uitlekken en kan de goede
naam van het bedrijf in diskrediet raken als een werknemer zich via een
bedrijfsaccount inlaat met online gokken, (kinder)porno, discriminatie
of inbreuken op auteursrechten. Door het gebruik van computers hiervoor
zijn de controlemogelijkheden (achteraf of real-time) voor de werkgever
groter dan het geval zou zijn als de werknemer hier meer conventionele
(off line) middelen zou gebruiken.
In de ogen van sommige
werkgevers is er voor privacybescherming op het werk weinig of geen
ruimte. Werknemers beschouwen controle door de werkgever als een inbreuk
op hun persoonlijke levenssfeer. Controle op het gebruik van
computersystemen is voor de werknemer immers onzichtbaar en is veelal
continu aanwezig. Zij beroepen zich er op dat ook op de werkplek het
recht op privacy geldt. Daarnaast beschouwen veel werknemers het
priv�-gebruik van bedrijfsfaciliteiten als een soort arbeidsvoorwaarde.
Hier kan een vergelijk gemaakt worden met de telefoon of een auto van de
zaak. In tegenstelling tot deze (bedrijfs)middelen bestaat er in veel
bedrijven (nog) geen beleid voor het gebruik van e-mail- en internet
voor priv�-doeleinden. De verdergaande vervlechting tussen werk en priv�
(met name telewerken en mobiel werken) werkt het priv�-gebruik van
bedrijfsfaciliteiten in de hand en wordt daarvoor soms ook als
rechtvaardiging gezien. De Kantonrechter Haarlem sprak in dat verband
reeds van "priv�tisering van de werkplek" (zie hierna pagina 24).
Dit
rapport is bedoeld als handreiking voor werkgevers en werknemers bij de
formulering van een bedrijfsbeleid ten aanzien van de controle van
e-mail- en internetgebruik door werknemers op een vanuit het oogpunt van
privacybescherming verantwoorde wijze.
Allereerst zal in
hoofdstuk 2 aan de hand van achtergronden en feiten de problematiek van
e-mail en internet op de werkvloer worden belicht. Een aantal begrippen
en verschijningsvormen van internet worden toegelicht. Vervolgens wordt
in hoofdstuk 3 het juridisch kader geschetst waarbinnen controle
mogelijk is. Zowel vanuit privacyrechtelijk als vanuit arbeidsrechtelijk
perspectief zullen de grenzen worden aangegeven. In hoofdstuk 4 worden
vuistregels geformuleerd aan de hand waarvan een zorgvuldig e-mail- en
internetbeleid kan worden geformuleerd en getoetst. Deze vuistregels
zijn in hoofdstuk 5 nog eens kort samengevat.
2 Controle door de werkgever
In dit hoofdstuk zal worden ingegaan op diverse begrippen uit de wereld van internet. Om
het gebruik van internet en de controle daarop te kunnen begrijpen,
zullen eerst in het kort de diverse verschijningsvormen van internet
worden beschreven. Daarbij wordt per vorm aangegeven welke risico's
eraan kleven en op welke manier controle kan plaatsvinden.
Er is
voor gekozen om alleen d�e vormen van Internet aan de orde te stellen
die op het moment van schrijven de belangrijkste toepassingen zijn van
de Internettechniek. De regels die aan de orde komen zijn uiteraard van
overeenkomstige toepassing op oude toepassingen (bijvoorbeeld Telnet) en
op - toekomstige - nieuwe toepassingen (Voice-over-IP, WAP).
2.1 Toegang tot internet
Veel
organisaties bieden hun werknemers e-mail- en internetfaciliteiten via
het bedrijfsnetwerk. Een van de servers fungeert als schakel tussen het
interne netwerk en het externe internet. Dit betekent dat al het
dataverkeer tussen de PC van de werknemer en het internet de centrale
server van de organisatie passeert. Het is voor de werkgever
betrekkelijk eenvoudig om op de server controle-software te laten
draaien of berichten te onderscheppen.
Het is ook mogelijk dat de
werknemer toegang tot het internet verkrijgt via een stand-alone
computer waarmee rechtstreeks bij een Internet Service Provider (ISP)
wordt ingebeld. Bij deze vorm van toegang zit geen extra schakel waarop
controlesoftware kan draaien. Eventuele controlemiddelen zullen in dat
geval op de PC zelf moeten worden ge�nstalleerd.
Om het opvragen
van gegevens op internet te versnellen wordt gewerkt met proxyservers.
Dat zijn servers waarop de webpagina's van veelbezochte websites worden
opgeslagen. De gebruiker krijgt dus niet de echte pagina voorgeschoteld,
maar de kopie zoals die op zich op de proxyserver bevindt. Over het
algemeen wordt surfen via een proxyserver als privacyvriendelijk
beschouwd. De gebruiker hoeft immers niet echt het internet op zodat er
geen informatie over hem wordt vrijgegeven.
Op de scheiding
tussen het interne netwerk en het externe internet wordt doorgaans een
firewall ge�nstalleerd. Dit beschermt het netwerk tegen aanvallen van
virussen, hackers en dergelijke. De firewall screent het inkomende (maar
eventueel ook het uitgaande) dataverkeer op verdachte bestanden of
ongeautoriseerd gebruik. Op die manier kunnen bepaalde vormen van
internetgebruik door werknemers worden tegengehouden. Zo kan een
firewall het online spelen van spelletjes onmogelijk maken door de
datapakketjes die daarvoor nodig zijn niet te laten passeren.
2.2 Vormen van internet
Internet
kent vele verschijningsvormen. De bekendste en meest gebruikte daarvan
zijn e-mail en het World Wide Web. De laatste is tegenwoordig voor velen
zelfs synoniem voor internet. Toch zijn er ook andere vormen en er
komen nog steeds nieuwe bij. Momenteel zijn de belangrijkste vormen:
E-mail, World Wide Web (WWW), File Transfer (FTP), Usenet en Chat (IRC).
Dit rapport beperkt zich dan ook tot die vormen.
Ondanks het
feit dat de verschillende vormen ook verschillend gebruik mogelijk
maken, is de controle ervan tot op zekere hoogte gelijk. De reden
daarvoor is dat controle in beginsel gebaseerd is op het TCP/IP-protocol
waar alle vormen van internet gebruik van maken. Het TCP/IP-protocol
zorgt voor de communicatie tussen de gebruiker en het internet. Omdat
iedere computer een uniek IP-adres heeft, weet de server waar de
datapakketjes vandaan komen of naar toe moeten. De gegevens die aan of
door het IP-adres worden aangeboden, zijn in combinatie met de logging
op de username te herleiden tot een bepaalde werknemer.
TCP/IP Internet
werkt op basis van het TCP/IP-protocol. TCP staat voor Transmission
Control Protocol; IP staat voor Internet Protocol. Een bericht of
bestand dat over internet wordt gestuurd, wordt in stukjes geknipt
waarna ieder datapakketje door TCP/IP wordt voorzien van een code met
daarin onder meer het afzendadres, het bestemmingsadres, en een
volgnummer. Door deze code weet iedere computer die op de route ligt wat
voor pakketje het betreft, waar het vandaan komt en waar het naar toe
moet. Aan het eind worden de pakketjes weer keurig aan elkaar geplakt
tot het oorspronkelijke bericht of bestand. Computers die aan
internet gekoppeld zijn, hebben ieder een uniek IP-nummer. Als een
computer altijd het zelfde IP-nummer heeft, spreken we van een vast
IP-adres. Als een computer bij iedere verbinding met internet een ander
IP-nummer krijgt, spreken we van een dynamisch IP-adres. Vaste
IP-adressen komen vooral voor in interne netwerken binnen organisaties
die ook op basis van het TCP/IP-protocol werken (intranet). Het is niet
vereist dat het intranet ook aan internet gekoppeld is. Is dat wel het
geval, dan moeten de gebruikte IP-nummers wereldwijd uniek zijn, omdat
anders de communicatie met de buitenwereld niet goed kan verlopen. Een
vast IP-adres is dus altijd herleidbaar tot ��n en dezelfde computer. Dynamische
IP-adressen worden vooral gebruikt bij inbelverbindingen via ISP's. Het
zijn unieke adressen die niet permanent gekoppeld zijn aan een
computer, maar per verbinding door de ISP worden toegekend aan de
inbellende computer. Dynamische IP-adressen zijn dus niet herleidbaar
tot een en dezelfde computer, maar kunnen in combinatie met de inbeltijd
en het inbellende nummer wel achteraf tot een bepaalde computer worden
herleid.
Naast TCP/IP is ook van belang welke vorm van
internet door de werknemer wordt gebruikt. De applicatie waarmee hij dat
doet, is niet zozeer van belang. Wel de protocollen waaraan de
verschijningsvorm te herkennen is en aan de hand waarvan het verkeer
door de server wordt afgehandeld. Een werkgever kan besluiten bepaalde
protocollen niet door de server te laten afhandelen. Daarmee worden
bepaalde vormen van internet onmogelijk. Op de verschillende vormen van
internet zal hieronder worden ingegaan.
2.2.1 E-mail
E-
mail is het versturen van een bericht door de afzender dat wordt
geplaatst in de mailbox van de ontvanger. Voor het versturen wordt
gebruik gemaakt van het SMTP-protocol (Simple Mail Transfer Protocol).
Vervolgens wordt het bericht opgeslagen bij de ISP van de ontvanger
totdat de ontvanger het bericht ophaalt. Het ophalen geschiedt via het
POP-protocol (Post Office Protocol), waarbij het bericht in de mailbox
op de server wordt bewaard totdat de gebruiker de post ophaalt en lokaal
opslaat.
Een andere manier om de post op te halen is het gebruik
van het IMAP-protocol (Internet Message Access Protocol). In dit laatst
geval kan men kiezen of de berichten aan de ontvanger worden
overgedragen of dat de berichten op de server achterblijven. (Webmail
waarbij de post via het World Wide Web wordt opgehaald blijft hier
verder buiten beschouwing). Worden deze protocollen geblokkeerd, dan is
regulier e-mailverkeer onmogelijk.
Mailberichten zijn platte
tekstbestanden die doorgaans met een eenvoudig mailprogramma gelezen
kunnen worden. Om het lezen door onbevoegden te voorkomen kan de
verzender het bericht versleutelen. In dat geval is alleen de header
(het 'briefhoofd' met daarin de gegevens over de afzender, de bestemming
en het onderwerp) nog voor derden leesbaar. Een mailbericht kan
voorzien zijn van een attachment (een bijlage). Een attachment kan een
bestand zijn in ieder willekeurig formaat. Bijlagen moeten door de
ontvanger (tijdelijk) worden bewaard op zijn computer alvorens gelezen
of gebruikt te worden.
- Controle Een e-mailbericht kan
gecontroleerd worden op onder meer: afzender, ontvanger, onderwerp,
datum, tijd en inhoud. De bijlagen kunnen worden gecontroleerd op
extensie en inhoud. De controle kan onder meer geschieden door
content-filtering (zie hierna 2.3) en door het maken van kopie�n.
- Risico's Zowel
de inhoud van de berichten als de bijlagen kunnen 'verboden' materiaal,
virussen en dergelijke bevatten. Deze kunnen de belangen van de
werkgever schaden. Het versturen van e-mail brengt voor de werknemer
echter het risico met zich dat de berichten kunnen worden gekopieerd of
worden gelezen alvorens hij het bericht ontvangt of het bericht
daadwerkelijk wordt verstuurd. Dit kan zijn privacy maar ook zijn
vrijheid van meningsuiting schaden.
2.2.2 World Wide Web
Het
World Wide Web (WWW) is momenteel de meest bekende verschijningsvorm
van internet. Op het WWW staan websites met webpagina's. Het WWW werkt
op basis van het HTTP-protocol. HTTP staat voor Hypertext Tranfer
Protocol. Websites zijn via een browser toegankelijk door het gebruik
van unieke adressen (URL's, Uniform Resource Locator). Binnen de pagina
kan de gebruiker via hyperlinks doorklikken naar andere pagina's of
websites. Hyperlinks kunnen zich voordoen als woorden in de tekst of
(gedeelten van) plaatjes.
- Controle Het bezoek van websites
kan worden gecontroleerd op onder meer datum, tijd, duur en inhoud. Ook
de bestanden die worden gedownload kunnen worden gecontroleerd. Behalve
het loggen van de verkeersgegevens, is controle mogelijk door het loggen
van de adressen van websites of het opslaan van (de onderdelen van) de
webpagina's. Sommige controlemiddelen geven de werkgever de mogelijkheid
om websites af te sluiten of - juist omgekeerd - om alleen het bezoek
aan bepaalde websites toe te staan.
- Risico's De inhoud van
websites is niet altijd van te voren even duidelijk. Een werknemer kan
tijdens het surfen makkelijk verdwalen en via 'onschuldige' hyperlinks
terechtkomen op een site waarvan de inhoud door de werkgever als
onwenselijk wordt beschouwd (hierna: een 'verboden' site). Dit geldt ook
voor de adressen van websites. Als een werknemer op goed geluk het
adres van een organisatie intikt, loopt hij het risico op een verboden
site te komen. Dubieuze sites maken nogal eens gebruik van het feit dat
iemand (tik)fouten maakt bij het intikken van de naam van een website.
Zo is www.whitehouse.gov de website van het Witte Huis in Washington,
maar verwijst www.whitehouse.com naar een sekssite.
Een ander
punt dat de aandacht verdient, is het feit dat de onderdelen van een
webpagina niet allemaal van hetzelfde webadres hoeven te komen. Zo kan
de gevraagde pagina komen van website A, terwijl de plaatjes binnen die
pagina komen van website B. Als alle onderdelen zijn opgehaald, stelt de
browser de pagina samen en geeft die weer. Een bezoeker van een website
kan dus ongewild bestanden ophalen van een verboden site. Hij heeft
daar in principe geen controle over. Een bekend voorbeeld hiervan is het
plaatsen van een zogeheten banner, een reclameplaatje voor een
doorgaans commerci�le website waarop de gebruiker kan klikken om te
worden doorgeschakeld naar die site. Ook kan ongemerkt informatie worden
opgehaald via zogeheten meta-informatie, informatie die niet visueel
wordt weergegeven door de browser. Dit geschiedt bijvoorbeeld bij het
plaatsen van cookies door websites voor andere websites dan de website
die door de gebruiker wordt bezocht.
Controle op de herkomst van
informatie kan leiden tot de onterechte conclusie dat een medewerker
zich niet aan de afspraken heeft gehouden.
2.2.3 FTP
FTP
staat voor File Transfer Protocol en is met name bedoeld om (grote)
bestanden over een netwerk te transporteren. Het is vergelijkbaar met
het verplaatsen van bestanden binnen een computer van de ene naar de
andere directory. Bij FTP maakt de computer van de gebruiker verbinding
met een FTP-server. Bestanden kunnen nu over en weer worden uitgewisseld
(zg. uploaden en downloaden). Vaak is voor het uploaden een username en
een password vereist. Het wordt dan ook bij voorkeur gebruikt bij het
onderhoud van websites. Downloaden is vaak voor iedereen mogelijk. Voor
FTP zijn aparte programma's nodig, hoewel alle webbrowsers bestanden van
FTP-servers kunnen downloaden.
- Controle Bestanden die via FTP worden uitgewisseld kunnen onder meer worden gecontroleerd op datum, tijd en duur.
- Risico's Middels
FTP kunnen op een snelle wijze gevaarlijke of verboden bestanden worden
uitgewisseld. Als de bestanden middels encryptie zijn beveiligd, kan de
inhoud van de bestanden niet gecontroleerd worden.
2.2.4 Usenet
Usenet
is een vorm van internet die bestaat uit zogeheten nieuwsgroepen. Er
zijn duizenden nieuwsgroepen waarin mensen berichten uitwisselen over
uiteenlopende onderwerpen. Aan de naam van de nieuwsgroep kan doorgaans
goed worden afgeleid waar hij over gaat. Zo gaat alt.privacy over
problemen op het gebied van privacy en kunnen mensen voor informatie
over kanker terecht in alt.support.cancer.
De meeste
nieuwsgroepen zijn openbaar en dus voor iedereen toegankelijk. Om het
zoeken nog eenvoudiger te maken, werkt Usenet met een hi�rarchische
structuur, d.w.z. elke nieuwsgroep zit in een cluster van soortgelijke
nieuwsgroepen.
Een bericht aan een nieuwsgroep is het best te
omschrijven als "een e-mail aan de rest van de wereld". Het kan dan ook
niet alleen vanuit nieuwsgroepen-lezers, maar ook vanuit mailprogramma's
verstuurd worden. Als iemand het bericht leest, kan hij erop reageren
door een bericht terug te sturen naar de afzender en/of naar de
nieuwsgroep zelf. Ook berichten in nieuwsgroepen kunnen attachments
bevatten van allerlei soort. Vanwege de grote hoeveelheid berichten die
dagelijks verstuurd worden, worden de berichten in nieuwsgroepen
doorgaans slechts enkele dagen bewaard. Bedrijven zoals DejaNews
verzamelen alle berichten, bewaren ze gedurende een veel langere tijd .
De database kan door iedereen worden geraadpleegd.
- Controle Het
versturen van berichten aan nieuwsgroepen kan op dezelfde wijze worden
gecontroleerd als het versturen van e-mail. Het lezen van nieuwsgroepen
kan worden gecontroleerd op onder meer datum, tijd en inhoud. De
werkgever kan ook relatief eenvoudig nieuwsgroepen afsluiten voor
werknemers.
- Risico's Via Usenet heeft een werknemer
gemakkelijk toegang tot berichten met een 'verboden' of gevaarlijke
inhoud of bijlage. Deze berichten zijn niet altijd vooraf als zodanig
herkenbaar. Omdat de meeste nieuwsgroepen niet worden beheerd, komt het
nogal eens voor dat nieuwsgroepen berichten bevatten die niets met het
onderwerp van de nieuwsgroep te maken hebben. Het lezen van deze
berichten kan dan ook ongewild leiden tot een overtreding van het
bedrijfsbeleid.
Controle op het lezen van nieuwsgroepen kan
leiden tot inbreuken op de privacy en de informatievrijheid van de
werknemer. Zo kan vaak uit de naam van de bezochte nieuwsgroepen
informatie worden verkregen over de interesses van de werknemer.
Voor
de werkgever kunnen nieuwsgroepen ook een risico vormen. Door het open
karakter van Usenet kan een werknemer relatief eenvoudig schade
toebrengen aan de goede naam van de organisatie door 'verboden'
informatie te verspreiden met gebruikmaking van het zakelijke
e-mailadres. Dit wordt immers vermeld bij het bericht.
2.2.5 Chat
Internet
kent babbelboxen. Met een chat-programma kan de gebruiker contact maken
met andere gebruikers en in groepen of apart real-time informatie
uitwisselen. Ook kunnen deelnemers binnen babbelboxen bestanden met
elkaar uitwisselen. Veel werkgevers staan niet toe dat werknemers
chatten omdat dit doorgaans gepaard gaat met een aanzienlijk
tijdsbeslag. Chatsessies kunnen eenvoudig worden geblokkeerd. Er hoeft
dan ook geen controle plaats te vinden op de inhoud..
2.3 Content-filtering
Het
is betrekkelijk eenvoudig om de pakketjes die de server passeren te
screenen op inhoud (content-filtering). Dit houdt in dat geautomatiseerd
gekeken wordt of bestanden teksten bevatten die door de werkgever
verboden zijn. Ook kan worden gekeken of de extensie is toegestaan
(extensies voor plaatjes zoals *.jpg, *.gif of *.bmp, voor filmpjes
zoals *.mpg, *.mov of *.avi, voor programma's zoals *.exe of voor
ingepakte bestanden zoals *.zip of *.arj). Indien bestanden worden
gevonden die voldoen aan de zoektermen zal door het systeem 'alarm'
geslagen worden. De bestanden kunnen worden tegengehouden,
teruggestuurd, apart gezet, gekopieerd, gelogd, etc.
Content-
filtering kan de communicatievrijheid en de persoonlijke levenssfeer van
de gebruiker aantasten. Voor het gebruik zal de werkgever een
gerechtvaardigd belang moeten hebben. Ook zal het gebruik ervan moeten
voldoen aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Dit
betekent dat onder meer zal moeten worden bezien in hoeverre
content-filtering noodzakelijk is, welke zoektermen worden gebruikt,
welke actie wordt ondernomen nadat een 'hit' is gevonden en welke
procedures er bestaan om gerechtvaardigd gebruik van aangewezen
zoektermen mogelijk te maken. Zo zal een zoekvraag naar 'breasts' of
'borsten' doorgaans leiden tot een alarm, maar zal iemand wel een
zoekvraag of 'breastcancer' of 'borstkanker' moeten kunnen stellen. Een
zoekterm in het systeem naar 'breast' of 'borst' zal voor beide alarm
slaan. In het laatste geval zullen werknemers die op internet zoeken
naar informatie over borstkanker, mogelijk in hun privacy worden
geschaad.
Content-filtering kan dus alleen worden ingezet als de
zoektermen vanuit het belang van de werkgever gerechtvaardigd zijn en
ook dermate nauwkeurig zijn dat gerechtvaardigd gebruik zoveel mogelijk
ongemoeid wordt gelaten. Mits het met de nodige zorgvuldigheid wordt
ingezet, zal content-filtering als controlemiddel in mindere mate
inbreuk maken op de privacy en de communicatievrijheid van de gebruiker
dan andere vormen van controle, zoals volledige inhoudscontrole of
steekproefsgewijze inhoudscontrole.
Met behulp van
content-filtering zal verboden gebruik waarbij gebruik wordt gemaakt van
codetaal of versleuteling (encryptie) van berichten, niet kunnen worden
opgespoord.
2.4 Telewerken
De controle door de
werkgever van het computergebruik van de werknemer vormt in situaties
waarin de werknemer vanuit zijn eigen huis inlogt op het computersysteem
van het werk (telewerken) een extra probleem. Voor zover de werknemer
uitsluitend ten behoeve van het werk inlogt, zullen de regels in dit
rapport van overeenkomstige toepassing zijn. De computer van de
werknemer thuis maakt dan immers logisch gezien deel uit van het
computernetwerk en de werknemer bevindt zich in een situatie waarin ook
de gezagsbevoegdheid van de werkgever geldt.
Dit is anders als de
werknemer het bedrijfsaccount kan en mag gebruiken om priv� e-mail te
versturen of in zijn eigen tijd over het internet te surfen. Voor
logging van hetgeen hij priv� doet, is geen grond. Dit geldt zeker
indien ook zijn gezinsleden van de faciliteiten gebruik mogen maken. Met
hen heeft de werkgever immers geen arbeidsrelatie waarin hij zijn gezag
kan uitoefenen. Zijn positie is in deze vergelijkbaar met een ISP. De
werkgever dient hiermee rekening te houden bij het opzetten en de
uitvoering van het telewerkbeleid. (Voor meer informatie over de relatie
tussen een gebruiker en Internetprovider zie, M.J.T. Artz en M.M.M. van
Eijk, Klant in het web, Achtergrondstudies en Verkenningen 17,
Registratiekamer, Den Haag 2000).
2.5 Conclusie
Internet
kent een grote verscheidenheid aan verschijningsvormen. Deze maken
echter allemaal gebruik van het TCP/IP-protocol waardoor controle op het
gebruik relatief eenvoudig is te realiseren. De werkgever kan het
gebruik van bepaalde vormen van internet onmogelijk maken door
datapakketjes met vormspecifieke protocollen op de server tegen te
houden. Verder is controle tot in ieder detail mogelijk. Van ieder
gebruik kan de datum, de tijd en vaak ook de inhoud worden
gecontroleerd.
Internetgebruik leidt per verschijningsvorm tot
andere risico's voor de werkgever en de werknemer. Voor de werkgever kan
het gaan om de beveiliging van het netwerk, het tegengaan van 'verboden
gebruik' of het beschermen van andere bedrijfsbelangen zoals
bedrijfsgeheimen of de goede naam van de organisatie. Voor de werknemer
staat vaak het privacybelang door de controle onder druk, maar ook de
vrijheid van meningsuiting of de informatievrijheid kan in het geding
zijn. De werkgever dient zich hiervan bewust te zijn, als hij overgaat
tot controle van e-mail- en internetgebruik van zijn werknemers.
3 Juridisch kader
3.1 Inleiding
In
werktijd geniet men niet dezelfde vrijheden als daarbuiten. De
arbeidsverhouding brengt zekere beperkingen met zich mee voor de
grondrechten van werknemers. Tegenover het loon staat de verplichting
werkzaamheden te verrichten onder het gezag van de werkgever en hierbij
diens aanwijzingen op te volgen. De werknemer is als gevolg daarvan in
meer of mindere mate beperkt in zijn bewegings- en handelingsvrijheid en
in zijn vrijheid van meningsuiting. Hetzelfde geldt voor zijn recht op
privacy. Met het betreden van de werkplaats moet de werknemer een deel
van zijn aanspraken op respect voor zijn persoonlijke levenssfeer
inleveren. Dit betekent niet dat een werkgever bij het nastreven van
zijn belang zonder meer aan de belangen en fundamentele vrijheden van
zijn medewerkers voorbij kan gaan. Dit geldt ook voor de controle van
het e-mail- en internetgebruik van werknemers.
3.2 Grondrechtelijk kader
Artikel
8 van het Europese verdrag tot bescherming van de rechten van de mens
en de fundamentele vrijheden (EVRM) bepaalt dat een ieder recht heeft op
respect voor zijn priv�-leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn
woning en zijn correspondentie. De verzamelterm voor deze niet duidelijk
te scheiden rechten is het 'recht op privacy'. Werknemers hebben een
gerechtvaardigd belang om ook gedurende het uitvoeren van bedrijfsmatige
activiteiten relaties met andere mensen aan te kunnen gaan (vgl. EHRM
16 december 1992, NJ 1993, 400 Niemietz). Een zekere mate van vrijheid
om met anderen al dan niet persoonlijk te kunnen communiceren zonder
inmenging door de werkgever is in dat kader onontbeerlijk. Artikel 8
EVRM beschermt het individu niet alleen tegen inbreuken op dergelijke
privacy-aanspraken door de overheid maar ook wanneer deze afkomstig zijn
van particulieren, zoals werkgevers. Bovendien zijn de verdragsstaten
verplicht om het recht op privacy zo goed mogelijk te waarborgen in hun
wetgeving, rechtspraak en bestuur.
De Nederlandse Grondwet
verklaart het telefoongeheim onschendbaar (artikel 13). Deze bescherming
van de communicatievrijheid kan worden gezien als een onderdeel van het
meer omvattender recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer
(artikel 10 Grondwet). Op dit moment liggen er voorstellen van de
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties die ook het
gebruik van e-mail onder de bescherming van dit grondrecht brengen
(Brief van 16 oktober 2000, Tweede Kamer 2000-2001, 27 460, nr. 1). Het
communicatiegeheim betreft met name de inhoud van de boodschap.
Uitgangspunt hierbij is dat de deelnemers anderen (de overheid of
derden) in beginsel niet tot hun communicatie hoeven toe te laten en
gevrijwaard zijn van inbreuken hierop. Controle van e-mail raakt vooral
de vrijheid om met anderen te communiceren. Van het vastleggen van
uiterlijke kenmerken van het communicatieverkeer gaat eveneens een
'chilling effect' uit voor de communicatievrijheid. Het vastleggen van
gegevens die inzicht bieden in de activiteiten van de werknemer, raakt
niet alleen diens persoonlijke levenssfeer maar ook de arbeidsverhouding
in het algemeen; het kan in zekere zin de handelingsvrijheid van de
werknemer beperken om de werkzaamheden naar eigen inzicht uit te voeren
(autonomie). Het inperken van dergelijke vrijheden door de werkgever
behoeft een rechtvaardigingsgrond terwijl tevens zo terughoudend
mogelijk te werk moet worden gegaan (de zogeheten 'eisen van
proportionaliteit en subsidiariteit'). Uit de jurisprudentie op
artikel 8 EVRM is eveneens duidelijk dat de inbreuk kenbaar moet zijn
voor de betrokkene. Heimelijke controle waaraan geen waarschuwing aan
vooraf is gegaan of als uitvoering van een geldende gedragscode is in
strijd met deze regels. Het enkele bekend zijn van de
mogelijkheid tot meeluisteren of opnemen rechtvaardigt het gebruik
daarvan evenwel niet. Een geval uit de Europese jurisprudentie kan dit
verduidelijken (EHRM 25 juni 1997, NJ 1998, 506 Halford).
Mevrouw
Halford was Assistant Chief Constable bij een Engels politiekorps. In
verband met een rechtszaak tegen haar werkgever wegens ongelijke
behandeling had zij de beschikking over een tweede telefoon die was
uitgezonderd van de standaard controle van de telefoons van het
politiebureau. Uit het bewijs dat in de rechtszaak was overlegd, kon
worden afgeleid dat de werkgever waarschijnlijk de gesprekken die via de
speciale telefoon waren gevoerd, had afgeluisterd. Het Hof overwoog dat
'the right to private life and correspondence' zich ook uitstrekt tot
de werkplek. Omdat er geen waarschuwing was gegeven dat de
telefoongesprekken werden opgenomen, had zij een 'reasonable expectation
of privacy', hetgeen werd versterkt door bijkomende factoren waaronder
het feit dat de telefoon specifiek ter beschikking was gesteld voor
priv�-gebruik.
Uit dit arrest kan worden afgeleid dat een
werknemer op zijn werkplek recht heeft op de bescherming van zijn
privacy en dat hij uit de omstandigheden mag afleiden dat dit recht in
redelijke mate wordt beschermd. Kenbaarheid van de (mogelijkheid tot)
controle is een basisvoorwaarde voor de rechtmatigheid ervan. Bijkomende
factoren kunnen de controle echter alsnog onrechtmatig maken.
3.3 Strafrechtelijk kader
De
bescherming van de privacy en van het communicatiegeheim bij het
gebruik van computers is uitgewerkt in het Wetboek van Strafrecht.
(artikel 138a: computervredebreuk, artikel 139b: aftappen / opnemen van
gegevensoverdracht, artikel 139c: aftappen / opnemen van
gegevensoverdracht via telecommunicatienetwerk, artikel 350a:
ontoegankelijk maken computergegevens). Voor zover deze artikelen van
toepassing kunnen zijn op de maatregelen die een werkgever neemt voor de
controle van e-mail- en internetgebruik van werknemers, geldt dat de
controle door de werkgever als gerechtigde tot de faciliteiten niet
voldoet aan de eis dat de inbreuk wederrechtelijk moet zijn. Dit is
alleen anders als sprake is van kennelijk misbruik van de
controlemiddelen door de werkgever.
3.4 Arbeidsrechtelijk kader
3.4.1 Burgerlijk wetboek (BW)
De
werkgever is gerechtigd tot het geven van voorschriften voor het
verrichten van de arbeid en het nemen van maatregelen ter bevordering
van de goede orde in de onderneming (art. 7:660 BW). Regels voor het
gebruik van e-mail en internet en de maatregelen voor de controle daarop
vallen onder deze bepaling.
Een werkgever en een werknemer
dienen zich ten opzichte van elkaar te gedragen als een goed werkgever
en een goed werknemer (art. 7:611 BW). Dit impliceert dat ook als er
geen sprake is van een strafbaar feit, de controle toch onrechtmatig kan
zijn. Dat is het geval als de werkgever niet handelt zoals het een goed
werkgever betaamt. Hiervan is met name sprake als zonder noodzaak of
gerechtvaardigd belang dan wel met onevenredige middelen inbreuk wordt
gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van werknemers, dan wel als niet
voldoende zorgvuldigheid wordt betracht bij het beoordelen van
individuele werknemers op basis van de aldus verkregen gegevens. Bij dat
laatste geldt als uitgangspunt, dat een werknemer zich moet kunnen
verdedigen indien er bezwaren rijzen tegen zijn functioneren. Hiervoor
is essentieel dat hij weet op grond van welke feiten en omstandigheden
hij wordt beoordeeld.
3.4.2 Arbeidsomstandighedenwetgeving
Het
gebruik van controlemiddelen voor computers wordt arbeidsrechtelijk
uitsluitend expliciet genormeerd in het Besluit beeldschermwerk dat
thans integraal is opgenomen in de artikelen 5.1 tot 5.3 van de
Arbeidsomstandighedenregeling. De bepalingen zijn een uitvoering van een
Europese richtlijn voor arbeidsomstandigheden (90/270/EEG, 29 mei 1990,
vijfde bijzondere Richtlijn). De regeling bepaalt dat zonder medeweten
van de werknemer geen gebruik mag worden gemaakt van een kwalitatief of
kwantitatief controlemechanisme. Voorts moet het systeem de werknemer
duidelijkheid verschaffen over de werking ervan.
3.4.3 Wet op de ondernemingsraden (WOR)
Met
betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens en het gebruik van
personeelsvolgsystemen heeft de ondernemingsraad het recht van
instemming (art. 27, lid 1, onder K en L). Onder personeelsvolgsysteem
verstaat de wet "voorzieningen die gericht zijn op of geschikt zijn voor
waarneming van of controle op aanwezigheid, gedrag of prestaties van de
in de onderneming werkzame personen; een en ander voor zover betrekking
hebbende op alle of een groep van de in de onderneming werkzame
personen." De controle op e-mail en internet is derhalve een
personeelsvolgsysteem waarover de ondernemingsraad instemmingsrecht
heeft. De instemming van de ondernemingsraad bindt echter de individuele
werknemers niet.
Aparte aandacht verdient de communicatie per
e-mail van leden van de ondernemingsraad ten behoeve van hun
OR-werkzaamheden. Op grond van artikel 17 WOR hebben zij het recht om
onderling te overleggen met gebruik van voorzieningen waarover het
OR-lid als zodanig kan beschikken. De wetgeschiedenis van artikel 17 WOR
maakt duidelijk dat tussen de OR en de werkgever geen gezagsrelatie
bestaat. Derhalve kan de werkgever zijn gezagsbevoegdheid niet aanwenden
om het e-mail-gebruik van OR-leden in functie te controleren. Dit
betekent dat op e-mail van, aan en tussen OR-leden in functie de
algemene wettelijke regels omtrent vertrouwelijke communicatie van
toepassing zijn. Daarmee is dit soort e-mail geprivilegieerd en mag de
werkgever er geen kennis van nemen.
3.5 Wet bescherming persoonsgegevens (WBP)
3.5.1 Persoonsgegevens
De
WBP is van toepassing als er sprake is van verwerking van
persoonsgegevens. Gegevens met betrekking tot het e-mail- en
internetgebruik van werknemers zijn in het algemeen te kwalificeren als
persoonsgegevens. IP-adressen zijn in combinatie met de username en het
password te herleiden tot een bepaalde gebruiker. De daaraan verbonden
bestanden zijn aldus herleidbaar tot een werknemer. De verkeersgegevens
geven inzicht in de afzender, de bestemming, de datum en de tijd van het
bericht of van het internetgebruik. Ook de inhoud van het e-mailbericht
is een persoonsgegeven als de werkgever dit tot zijn beschikking heeft
om bijvoorbeeld te controleren of een werknemer de gebruiksafspraken
nakomt.
3.5.2 Verwerking
De WBP hanteert een ruime
definitie voor het begrip 'verwerking'. Het gehele proces van verzamelen
tot aan vernietigen van gegevens valt onder het begrip. Bij het proces
van e-mail en internetgebruik is voortdurend sprake van het vastleggen
van gegevens in servers op de route tussen de gebruiker en de
bestemming. Van belang is of de werkgever invloed kan uitoefenen op de
vastleggingen. Alleen als het vastleggen een definitief karakter heeft
en niet slechts voor de duur van de verbinding, zodat ook de
mogelijkheid van raadplegen (achteraf) bestaat, zal kunnen worden
gesproken van verwerking van gegevens en is de WBP mogelijk van
toepassing.
3.5.3 Verantwoordelijke
Verantwoordelijke
voor de verwerking van persoonsgegevens is degene die het doel en de
middelen van de verwerking vaststelt. Of de werkgever in de zin van de
WBP ook verantwoordelijke is voor de verwerking van de gegevens, hangt
onder meer af van de vraag wie de faciliteiten aanbiedt en beheert. Een
werkgever die zelf een e-mail- en/of internetserver beheert, zal
verantwoordelijke zijn voor de verwerkingen van gegevens op die server.
Indien het e-mail- en internetverkeer echter geheel verloopt via het
telefonisch inbellen bij een ISP, zal de werkgever niet snel als
verantwoordelijke kunnen worden gekwalificeerd, omdat de ISP zelf het
doel en de middelen. Dit is alleen anders voor eventuele logbestanden op
de computer van de werknemer zelf.
Indien de werkgever het
aanbieden van de computerfaciliteiten heeft uitbesteed aan een derde
('outsourcing'), kan sprake zijn van een 'bewerker'; de derde is dan
niet zelfstandig verantwoordelijk voor de gegevensverwerkingen, maar het
is de werkgever die jegens de werknemer als verantwoordelijke moet
worden aangemerkt. Daarnaast kan het voorkomen dat de bewerker dermate
veel invloed heeft op het proces, dat wellicht moet worden gesproken van
(mede)verantwoordelijkheid.
3.5.4 Verzamelen/verwerken
De
WBP bepaalt dat gegevens in overeenstemming met de wet en op een
behoorlijke en zorgvuldige wijze moeten worden verwerkt (art. 6). In
zoverre geldt dit voorschrift als de privacyrechtelijke evenknie van de
arbeidsrechtelijke norm van het goed werkgeverschap. Voorts mogen de
gegevens alleen worden verzameld voor welbepaalde, uitdrukkelijk
omschreven en gerechtvaardigde doeleinden (art. 7). Controle via
volgsystemen is dus alleen toegestaan als het doel van de controle
vooraf is bepaald.
Als grondslag van de controle kan doorgaans
worden aangewezen het gerechtvaardigd belang van de werkgever (artikel 8
onder f). Hierbij geldt wel dat hij een aantoonbare belangenafweging
moet doen tussen zijn belangen en de (privacy)belangen van de
werknemers. De aard, omvang en de vorm van de controlemaatregelen dienen
derhalve in een redelijke verhouding te staan tot het doel van de
controle.
Ten slotte is niet onbelangrijk dat de WBP voorschrijft
dat gegevens niet bovenmatig mogen zijn (art. 11). De
controlemaatregelen dienen dus beperkt te zijn en gegevens niet onnodig
vast te leggen. Indien het doel de vastlegging van gegevens op
persoonsniveau niet vereist, moet worden volstaan met geaggregeerde of
geanonimiseerde gegevens.
3.5.5 Gebruik
Een andere
vraag is waarvoor de gegevens die door middel van de controle zijn
verzameld, mogen worden gebruikt. Deze doelen mogen niet onverenigbaar
zijn met het doel waarvoor de gegevens zijn verkregen. Dit betekent dat
algemene personeelsbeoordeling alleen kan plaatsvinden als dit als
doelstelling voor het systeem is geformuleerd of als dit verenigbaar is
met de primaire doelstelling. Dit ligt anders bij incidenteel gebruik
van de gegevens wegens verdenking van overtreding van de regels. In dat
geval zal een werkgever er eerder toe over mogen gaan om de gegevens
voor zijn onderzoek te gebruiken (art. 43). Daarbij dient hij wel
zorgvuldig te werk te gaan en de controlemiddelen naar evenredigheid in
te zetten.
3.5.6 Rechten en plichten
De werkgever
is verplicht om de werknemers inlichtingen te verschaffen over het doel
van de controlemiddelen, de manier waarop de gegevens worden verkregen
en het gebruik dat ervan wordt gemaakt. Transparantie is een belangrijk
beginsel voor privacybescherming. De informatieplicht is - afhankelijk
van de situatie - gebaseerd op de artikelen 33 en 34 WBP. De
verplichting vloeit ook voort uit de Arbowetgeving. Het enkele overleg
met de ondernemingsraad is in dit kader onvoldoende. De werknemers
moeten individueel worden voorgelicht. In geval van e-mail- en
internetcontrole is het moment van inloggen hiervoor het aangewezen
tijdstip.
De werknemer heeft het recht op inzage in de gegevens
(art. 35). Hij kan voorts de werkgever verzoeken de gegevens aan te
vullen, te verbeteren, te verwijderen of af te schermen indien deze
feitelijk onjuist zijn, voor het doel onvolledig of niet ter zake
dienend zijn dan wel anderszins in strijd met een wettelijk voorschrift
worden verwerkt (art. 36).
3.5.7 Melden of niet?
Een
verantwoordelijke is verplicht om de verwerking van persoonsgegevens te
melden bij het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) voordat hij
begint met de verwerking. De melding geeft inzicht in de doeleinden van
de verwerking, de personen van wie de gegevens worden verwerkt, de
soorten gegevens, de ontvangers, bewaartermijnen en de beveiliging van
de gegevens. Veel voorkomende verwerkingen waarvan de inbreuk op de
persoonlijke levenssfeer onwaarschijnlijk is, zijn door het
Vrijstellingsbesluit van de meldingsverplichting vrijgesteld. Het
Vrijstellingsbesluit zal een aantal vrijstellingen bevatten voor het
verwerken van persoonsgegevens in verband met het gebruik van computers
en computernetwerken. Deze vrijstellingen gelden met name voor de
normale systeemcontrole (performance), controle op autorisaties en de
(externe) beveiliging van het systeem tegen virussen en dergelijke.
Controle op de inhoud van e-mail en internetgebruik valt niet onder de
vrijstelling en dient derhalve te worden gemeld.
3.6 Telecommunicatiewet Hoewel
het aanbieden van e-mail- en internetvoorzieningen via eigen servers
wel onder het begrip telecommunicatie valt, is de telecommunicatiewet
niet van toepassing op werkgevers die hun werknemers deze diensten
aanbieden. Dit ligt alleen anders als de diensten ook beschikbaar zijn
voor het publiek.
Zowel de rechter als de Registratiekamer hebben
zich uitgelaten over aspecten van controle op e-mail en internetgebruik
op de werkplek.
3.7 Uitspraken van de rechter Er hebben nog maar weinig zaken gespeeld voor de rechter. De hier genoemde zaken zijn dan ook slechts illustratief bedoeld.
Voor
het Kantongerecht Almelo speelde een zaak waarin de werkgever
voorwaardelijk ontbinding vorderde van de arbeidsovereenkomst met een
werknemer die op staande voet was ontslagen nadat was geconstateerd dat
hij zonder toestemming van de werkgever een internetaansluiting had
aangelegd en bepaalde sites had bezocht. De werknemer stelde dat de
werkgever inbreuk had gemaakt op zijn privacy door onder meer kennelijk
het wachtwoord te kraken en de e-mail te openen. Hij eiste een
vergoeding op basis van een hoge correctiefactor. De rechter oordeelde
onder meer dat "bij een onderzoek naar misbruik van het internet door
de werkgever niet valt te ontkomen aan een onderzoek naar het
persoonlijk gebruik dat van het internet is gemaakt. De werkgever treft
derhalve geen verwijt." De arbeidsovereenkomst werd ontbonden zonder
toekenning van een vergoeding. (Kantonrechter Almelo, 30 september 1999,
Praktijkgids 1999, 5365)
In een zaak die speelde voor de
Kantonrechter Haarlem, ging het om een werknemer die in strijd met de
bedrijfsrichtlijnen tijdens werkuren pornografisch materiaal per e-mail
had verzonden aan priv�-relaties. De werkgever vroeg ontbinding van de
arbeidsovereenkomst. De rechter oordeelde dat "... in het huidige
tijdsgewricht is aanvaard dat er een zekere 'priv�tisering' van de
werkplek optreedt. Dat heeft tot gevolg dat ook een werkgever binnen
zekere grenzen heeft te aanvaarden dat er onder werktijd priv�-contacten
worden onderhouden. Een werkgever behoort de privacy van die contacten
te waarborgen". De rechter liet derhalve de inhoud van het
e-mailverkeer met derden buiten beschouwing. Wel oordeelde de rechter
dat de werknemer had moeten begrijpen dat het bedrijfsnetwerk niet
bedoeld was voor dit soort gebruik. Omdat het de werkgever volgens de
rechter vrij stond om haar netwerk te onderzoeken op dit soort gebruik,
achtte de rechter het verkregen en ter zitting aangevoerde
bewijsmateriaal niet onrechtmatig. Daarnaast speelden ook andere feiten.
De rechter ontbond de arbeidsovereenkomst zonder vergoeding.
(Kantonrechter Haarlem, 16 juni 2000, Jurisprudentie Arbeidsrecht 2000,
170).
Niet veel later deed de Kantonrechter Utrecht uitspraak in
een zaak waarin een werkgever de ontbinding verzocht van de
arbeidsovereenkomst met een oudere werknemer die dagelijks meer dan een
uur erotische sites op internet bezocht via het computersysteem van het
bedrijf. De rechter oordeelde dat het ontslag de werknemer onevenredig
hard zou treffen en weigerde de arbeidsovereenkomst op die grond te
ontbinden. Daarbij nam hij in aanmerking dat de werkgever op dat moment
geen gedragscode voor het gebruik van e-mail en internet op het werk had
en dat de werkgever de werknemer niet eerst had gewaarschuwd. Wel zag
de rechter gronden om de arbeidsovereenkomst wegens gewijzigde
omstandigheden te ontbinden zonder toekenning van een vergoeding.
De
Kantonrechter te Apeldoorn verbond in een soortgelijke zaak eveneens
consequenties aan het ontbreken van een gedragscode. (Kantonrechter
Utrecht, 13 juli 2000, JAR 2000, 199 en Kantonrechter Apeldoorn, 6
september 2000, JAR 2000, 212).
Ten slotte oordeelde de
Kantonrechter Hilversum dat ontbinding van de arbeidsovereenkomst zonder
vergoeding gerechtvaardigd was in het geval van een werknemer die door
het bezoeken van sekssites op internet de telefoonrekening van de
werkgever zeer hoog had laten oplopen. (Kantonrechter Hilversum, 6 september 2000, JAR 2000, 216).
3.8 Uitspraken van de Registratiekamer
Ook
de Registratiekamer heeft enkele malen uitspraak gedaan over controle
op e-mail en internetgebruik. De uitspraken zijn gebaseerd op de Wet
persoonsregistraties (WPR), de voorloper van de WBP.
In een zaak
van de gemeente Zwolle was de beveiliging van het e-mailsysteem
uitgevallen. Daardoor kon e-mail die als 'priv�' gelabeld was en onder
normale omstandigheden niet leesbaar was voor derden, door anderen
worden geopend. De gemeente stond een bescheiden priv�-gebruik toe. Uit
de inhoud van deze mail bleek dat er kwetsende opmerkingen werden
gemaakt over enkele medewerkers. Dit werd gemeld aan het management, dat
daarop besloot tot een onderzoek naar alle berichten.
De
Registratiekamer oordeelde dat de gemeente Zwolle door het laten
vervallen van de beveiligingen waardoor door derden kennis kon worden
genomen van de berichten, in strijd had gehandeld met artikel 8 WPR
(beveiligingsplicht). Het onderzoek naar alle berichten was naar het
oordeel van de Registratiekamer in strijd met artikel 6, eerste lid, WPR
(verenigbaar gebruik). "De zorg van een goed werkgever brengt met
zich mee dat de vertrouwelijkheid van berichten met een meer
persoonlijke, niet zakelijke inhoud wordt gerespecteerd. Dit betekent
dat de gemeente alleen gebruik mag maken van niet voor zakelijke
doeleinden bewaarde elektronische berichten, indien een gewichtig
bedrijfsbelang daartoe zou dwingen en voor zover dat gebruik in juiste
verhouding staat tot het nagestreefde doel terwijl dit doel niet op een
minder ingrijpende wijze kan worden bereikt. De mogelijke aanwezigheid
van berichten met een onoirbare inhoud is op zichzelf geen voldoende
rechtvaardiging voor een inbreuk op artikel 8 EVRM, door de in de
folders opgeslagen berichten aan een inhoudelijk onderzoek te
onderwerpen. Daarbij moet tevens in aanmerking worden genomen dat er
onvoldoende aanleiding was om alle onderzochte personen bij voorbaat als
'verdacht' aan te merken." (Registratiekamer, 23 december 1997, 97178.04)
In
een zaak van een politiekorps werden via het bedrijfsnetwerk berichten
uitgewisseld die met name vrouwelijke politie-ambtenaren als
intimiderend en ongewenst beschouwden. Er was in casu geen sprake van
eigen postbussen van medewerkers, maar van een centrale opslag. Er waren
geen gebruiksregels opgesteld. De medewerkers gebruikten het systeem
ook voor berichten van meer persoonlijke aard. De Registratiekamer
oordeelde dat "de zorg van een goed werkgever met zich mee brengt dat
het meer persoonlijke, niet zakelijke berichtenverkeer gerespecteerd
wordt. Dit geldt temeer als die berichten van de aanduiding 'priv�',
'persoonlijk' of 'vertrouwelijk' zijn voorzien. Het betreft hier
privacy-aanspraken van werknemers die door de werkgever in beginsel
dienen te worden gerespecteerd".
De Registratiekamer merkte op
dat ook ter discussie staat of e-mail onder de bescherming van artikel
13 Grondwet (het brief- en telefoongeheim) staat en dat wetsvoorstellen
aanhangig waren die e-mail onder de bescherming van dit artikel moesten
brengen. "Uit het voorgaande in samenhang beschouwd vloeit naar het
oordeel van de Registratiekamer voort dat ten aanzien van e-mailverkeer
ook in de verhouding werkgever/werknemer de privacybescherming voorop
dient te staan. Inbreuken daarop dienen in concrete situaties in
overeenstemming te zijn met de beginselen van proportionaliteit en
subsidiariteit." Het onderzoek naar de intimiderende berichten kon
plaatsvinden met inachtneming van de gegeven randvoorwaarden.
(Registratiekamer, 14 oktober 1997, 97578.01)
In een latere zaak
vroeg de ondernemingsraad van een computerbedrijf de Registratiekamer om
een oordeel over de nieuwe 'worldwide corporate policy' van het bedrijf
ten aanzien van e-mail en voicemail. Daarin werd gesteld dat de
werkgever inzage kan eisen in de e-mail- en voicemailberichten 'for any
purpose' en dat werknemers 'no reasonable expectation of privacy'
hebben. Dit laatste vloeide voort uit het feit dat het gebruik van het
e-mailsysteem slechts was toegestaan voor zakelijk verkeer.
Priv�-gebruik was slechts incidenteel toegestaan.
De
Registratiekamer oordeelde dat het voorbehoud van de werkgever om voor
'any purpose' e-mailberichten te openen, te gebruiken, te kopi�ren of te
verspreiden op grond van de WPR niet is toegestaan. De werkgever zal
een redelijk belang moeten kunnen aantonen voor de aanleg van de
persoonsregistratie. "Een persoonsregistratie mag gelet op artikel 4
WPR slechts worden aangelegd voor een bepaald doel waartoe het belang
van de houder redelijkerwijs aanleiding geeft. Dit geldt ook voor een
persoonsregistratie die het resultaat is van het gebruik van e-mail. Het
doel van deze persoonsregistratie mag niet in strijd zijn met de wet,
de openbare orde of de goede zeden en moet bij de aanleg van de
registratie vast staan. Artikel 4 dwingt de houder dus tot specificatie
van de doelstelling. Van enige specificatie van het doel van deze
persoonsregistratie is volgens de policy geen sprake."
Het
gebruik van de persoonsregistratie moet daarmee verenigbaar zijn. Ook de
stelling dat de werknemer 'no reasonable expectation of privacy' heeft,
is niet houdbaar. (Registratiekamer, 24 juni 1999, 99141.01)
Kort
daarna stelde de Registratiekamer een ambtshalve onderzoek in naar een
bedrijf dat was overgegaan tot het monitoren van het bedrijfsnetwerk in
het kader van een onderzoek naar overtreding van de
bedrijfsvoorschriften door enkele medewerkers. Het bedrijfsbeleid stelde
dat het netwerk voornamelijk was bedoeld voor zakelijke doeleinden,
maar dat priv�-gebruik - mits tot een minimum beperkt en met toestemming
van de chef - was toegestaan. Tevens werden bepaalde vormen van gebruik
uitdrukkelijk verboden, waaronder "online gokken, het versturen van
kettingbrieven, pornografisch materiaal of discriminerende of seksueel
intimiderende opmerkingen". Het bedrijf hield zich het recht voor om
alle mailberichten en internetgebruik te onderzoeken zonder de betrokken
medewerker daarvan op de hoogte te stellen. Dit beleid was voor de
medewerkers toegankelijk via een verwijzing op het openingsscherm. Het
bedrijf was overgegaan tot een intern onderzoek na een klacht van een
medewerker van een zustermaatschappij die een e-mailbericht met
pornografisch materiaal had ontvangen dat niet voor hem bestemd was.
Daarop heeft het bedrijf de mailboxen geopend van de medewerkers die bij
deze zaak betrokken waren. Alleen de berichten waarvan niet kon worden
uitgesloten dat zij vrij waren van verboden materiaal, werden geopend.
Voorts was het onderzoek beperkt in de tijd.
De Registratiekamer
oordeelde dat de beperkte omvang van het onderzoek en de wijze waarop
het had plaatsgevonden behoorlijk en zorgvuldig was. Wel plaatste de Registratiekamer enkele kanttekeningen bij het opgestelde beleid. "Afhankelijk
van de momenten en de wijze waarop deze toestemming van de chef in de
praktijk moet worden verkregen, miskent deze voorwaarde dat de werknemer
ook in de arbeidssituatie een zekere mate van privacy toekomt, hetgeen
door de rechter ook als zodanig wordt erkend. Onder dit recht op
privacy mag naar het oordeel van de Registratiekamer ook een beperkt
gebruik van communicatiemiddelen zonder voorafgaande toestemming van de
directe chef worden gerekend." En voorts "De bevoegdheid die het
bedrijf zich in het algemeen toekent om al het netwerkverkeer te
controleren zonder de werknemer daarvan op de hoogte te stellen, is naar
het oordeel van de Registratiekamer in zijn algemeenheid te ruim
geformuleerd om de hiermee gepaard gaande inbreuk op de bescherming van
de persoonlijke levenssfeer te rechtvaardigen. Een nadere omschrijving
van de gevallen waarin van dit recht gebruik wordt gemaakt en de
werkwijze die hierbij wordt gevolgd wordt dan ook aanbevolen." (Registratiekamer, 27 december 1999, 99927.02)
4 Vuistregels
In
dit hoofdstuk zullen voor het gebruik en controle van e-mail en
internet op de werkplek vuistregels worden geformuleerd. Daarbij wordt
aangesloten bij wettelijke regels vanuit het privacyrecht en het
arbeidsrecht en bij algemene noties met betrekking tot
personeelsvolgsystemen. Allereerst worden in paragraaf 4.1 algemene
regels geformuleerd die gelden voor personeelsvolgsystemen in het
algemeen en de controle op het gebruik van het bedrijfsnetwerk in het
bijzonder. Specifieke regels voor de controle op e-mail worden
geformuleerd in paragraaf 4.2, waarbij met name de bescherming van de
inhoud van het bericht centraal staat. In paragraaf 4.3 zullen regels
worden geformuleerd die specifiek zijn toegesneden op de controle van
internet. Waar nodig zal aangegeven worden op welke vorm van internet de
regel met name betrekking heeft.
4.1 Algemeen
Als
men nadenkt over het fenomeen e-mail en internet op de werkplek, dan
komt men al snel tot de conclusie dat het gaat om nieuwe technologie�n
die tegemoet komen aan oude behoeften en doeleinden. Meestal kan hieraan
ook op een andere, minder snelle wijze tegemoet worden gekomen. Als men
op deze wijze over de problematiek nadenkt, zal men snel tot de
conclusie komen dat er in wezen niet zo veel verandert door de
introductie van deze technologie�n op de werkplek.
Aan de andere
kant is de impact van systematische controle op het gedrag van
werknemers bij het gebruik van computers groot, hetgeen ook blijkt uit
de bepalingen die hieromtrent in de Arbeidsomstandighedenregelgeving
zijn opgenomen. De werkgever zal bij de vormgeving van zijn beleid uit
moeten gaan van de loyaliteit van zijn werknemers. Permanente controle
op werkprocessen draagt niet bij tot een sfeer van wederzijds
vertrouwen.
4.1.1 Behandel zaken online op dezelfde manier als offline
Werknemers
doen hun taken op een bepaalde manier. Zij kunnen daar vaak
verschillende methoden voor gebruiken. Als men iets wil mededelen aan
een ander, kan men naar die ander toe gaan voor een persoonlijk gesprek,
men kan dit ook telefonisch doen, een brief schrijven of een fax
versturen. Sinds enige tijd kan men hetzelfde bericht ook e-mailen.
Vergelijkbare onderwerpen zijn ook te bedenken voor internet. Men kan
achter een bureau de krant lezen, maar ook op internet. Een werknemer
kan even langs het reisbureau gaan, maar hij kan ook online informatie
krijgen. Men kan een bestand op diskette versturen, maar ook via FTP of
e-mail.
In het algemeen dient de werkgever er bij de vaststelling
van zijn beleid rekening mee te houden dat de werknemer alternatieve
wegen kan bewandelen om hetzelfde doel te bereiken. Het verbieden van
een priv�-mail zal in het algemeen onredelijk zijn als men een
priv�-telefoontje wel toestaat; waarbij men moet bedenken dat de
operationele kosten van telefoneren hoger zijn dan van e-mailen. Zo
geldt dit ook voor andere zaken. Het beleid voor online gedrag moet dus
in overeenstemming zijn met het beleid voor offline gedrag.
4.1.2 Stel heldere regels op met de instemming van de ondernemingsraad
De
regels voor het gedrag van werknemers moeten helder en eenduidig zijn.
Bepaal wat in de organisatie is verboden of wat is toegestaan, op welke
manier de gegevens worden verzameld en gebruikt, wie geautoriseerd is om
de gegevens te gebruiken en onder welke omstandigheden, hoelang de
gegevens worden bewaard en wat de sancties zijn op overtreding van de
regels.
Volgens artikel 27 WOR is de instemming van de
ondernemingsraad vereist, omdat controle op e-mail- en internetgedrag
als personeelsvolgsysteem moet worden geduid en loggingen van (vaste)
IP-adressen en andere gegevens als het verwerken van persoonsgegevens
gelden.
4.1.3 Publiceer de regels op een voor de werknemer toegankelijke wijze
De
regels moeten helder gecommuniceerd worden naar de werknemers. De
werknemer moet weten wat is toegestaan of is verboden, dat controle
mogelijk is, op welke wijze dat geschiedt en wat de consequenties zijn
van zijn handelen. Op betrekkelijk eenvoudige wijze kunnen de regels
tijdens het opstarten van het systeem of van het programma worden
gepresenteerd op het beeldscherm van de werknemer. Op deze wijze wordt
gegarandeerd dat de werknemer zich van de regels bewust is.
4.1.4 Stel vast in hoeverre priv�-gebruik van de faciliteiten is toegestaan
Een
werkgever is bevoegd om regels te stellen omtrent de mate waarin
priv�-gebruik van e-mail en internet is toegelaten. In het algemeen zal
echter een beperkte vorm van priv�-gebruik worden toegestaan evenals bij
telefoneren gebruikelijk is. Overigens zou ook bij een algeheel verbod
op priv�-gebruik de werkgever nog niet het recht hebben om continu het
gebruik te controleren. Dit zou immers een ingrijpende en
niet-evenredige inmenging in het functioneren van de werknemers
betekenen. Continue controle wordt door de
Arbeidsomstandighedenwetgeving dan ook met reden als schadelijk gezien
voor de gezondheid en het welzijn van de werknemer en zal in het
algemeen ook niet kunnen worden gekwalificeerd als goed werkgeverschap.
Gesteld dat een werkgever een algemeen verbod op priv�-gebruik wil
invoeren dan is daar in elk geval moeilijk controle op uit te oefenen.
4.1.5 Maak verboden gebruik zoveel mogelijk softwarematig onmogelijk
Het
is raadzaam om het verboden gebruik in te bouwen in de software die
binnen de organisatie wordt gebruikt om te e-mailen of te internetten.
In veel gevallen zal dat kunnen door 'content-filtering' (het scannen
van berichten of bestanden op verboden woorden of extensies), door het
afsluiten van websites of nieuwsgroepen, het stoppen van de doorgifte,
enzovoorts. Hierdoor is overtreding van het beleid feitelijk vrijwel
onmogelijk en is er geen grond meer voor een continue of actieve
controle en logging op het gebruik van de faciliteiten.
Ook is
het mogelijk om toepassingen volledig af te sluiten door de daarvoor
benodigde software zelf niet aan te bieden. Internet kent veel
verschijningsvormen met ieder zijn eigen toepassingsmogelijkheden en
gebruikssoftware. Als een werkgever bijvoorbeeld niet wenst dat zijn
werknemers tijd besteden aan chatten, zal hij geen chat-programma ter
beschikking moeten stellen. Verder zal hij het gebruik ervan ook moeten
verbieden om te voorkomen dat werknemers deze software zelf meenemen.
Een beoordeling van voor- en nadelen van toepassingsmogelijkheden en ter
beschikking gestelde programma's is noodzakelijk.
4.1.6 Anonimiseer rapportages en gebruiksstatistieken
Als
het gebruikelijk is om het management rapportages en
gebruiksstatistieken van het e-mail- en internetgebruik van de
werknemers te verstrekken, is het doorgaans niet noodzakelijk om dat op
persoonsniveau te doen. De gegevens in de rapportages en statistieken
zullen dus meestal ontdaan kunnen worden van hun identificerende
kenmerken. Alleen als er concrete bedenkingen bestaan tegen een bepaalde
werknemer, is rapportage op persoonsniveau noodzakelijk en dan ook
toegestaan.
4.1.7 Houdt rekening met de back-ups van het systeem
Als
men zorgvuldig met informatiesystemen omgaat, zal men regelmatig
back-ups van de systemen maken om in geval van nood eenvoudig terug te
kunnen keren naar een werkend systeem. Dit betekent dat ook loggings en
andere gegevens over het e-mail- en internetgedrag van werknemers worden
geback-upt. De werkgever moet zich ervan bewust zijn dat onzorgvuldig
of onbevoegd gebruik van deze back-ups even schadelijk kan zijn voor de
persoonlijke levenssfeer van de werknemer als onzorgvuldig of onbevoegd
gebruik van het actuele systeem. Back-ups dienen derhalve op een veilige
plaats bewaard te worden.
Nadat gegevens zijn aangepast zal zo
snel mogelijk een nieuwe back-up gemaakt moeten worden en moeten oude
versies worden vernietigd, zodat de gegevens niet na een eventuele
terugplaatsing van een back-up nogmaals moeten worden aangepast.
4.1.8 Garandeer de integriteit van de systeembeheerder
De
systeembeheerder heeft uit hoofde van zijn functie via een speciale
username/password-combinatie toegang tot alle gegevens in het
computernetwerk. Dit maakt de functie van de systeembeheerder tot een
functie die met de nodige waarborgen moet worden omgeven.
Allereerst
moet de systeembeheerder zich ervan bewust zijn dat hij gegevens die
hij tijdens zijn werk tegenkomt, niet zonder meer openbaar maakt. Hij
heeft dus een soort vertrouwensfunctie. Het opleggen van een
geheimhoudingsplicht aan de systeembeheerder is vereist (zie ook artikel
12, lid 2 WBP). De systeembeheerder is uiteraard in beginsel niet
bevoegd tot het lezen van documenten of e-mail of het real-time
meekijken met het internetgebruik van de werknemers zonder dat daar een
bijzondere aanleiding toe is.
De systeembeheerder moet tegenover
het management een zekere onafhankelijkheid hebben. Een systeembeheerder
moet zich als ondergeschikte medewerker niet in een positie gebracht
voelen waarin hij opdrachten van het management niet op basis van zijn
professionaliteit en de hierboven beschreven regels kan uitvoeren. Er
moet dus een heldere procedure bestaan die antwoord geeft op de vraag
wie in welke gevallen de systeembeheerder opdracht kan geven om bepaalde
zaken op het netwerk nader te controleren of daarover informatie te
verschaffen.
4.1.9 Bespreek geconstateerd gedrag zo spoedig mogelijk met betrokkene
Werknemers
waarvan geconstateerd is dat zij zich niet aan de regels van het
bedrijfsbeleid houden, dienen zo spoedig mogelijk op hun gedrag te
worden aangesproken. Een zekere tijd voor dossieropbouw is toegestaan
indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven.
4.1.10 Bied inzage in de gegevens
Indien
de werknemers de mogelijkheid wordt geboden om de loggegevens van het
netwerk- en internetgebruik in te kunnen zien, zal dit het wantrouwen in
de geautomatiseerde controle voor een groot deel kunnen wegnemen. Zij
kunnen immers zelf zien wat de werkgever van hen vastlegt. Dit betekent
dat de loggegevens in begrijpelijke vorm moeten worden weergegeven en
met enige regelmaat moeten worden ververst.
4.1.11 Evalueer periodiek de regels
Regels
verouderen omdat de organisatie, de omgeving waarin zij verkeert en de
technische mogelijkheden wijzigen. Het is dan ook zaak periodiek de
regels te evalueren zodat tijdig bijstelling kan plaatsvinden.
4.2 E-mail/internet
Controle
van e-mail is op zichzelf niet verboden. De werkgever is bevoegd om op
basis van zijn gezagsbevoegdheid voorwaarden te stellen aan het gebruik
van e-mail-faciliteiten of bepaalde soorten gebruik te verbieden. De
werkgever zal wel de doeleinden moeten bepalen waarvoor hij controle
noodzakelijk acht. De maatregelen moeten in een redelijke verhouding
staan tot de belangen van de werknemer. Via e-mail zal de werknemer
immers niet alleen zakelijk communiceren, maar in sommige gevallen ook
priv�-zaken afhandelen. Eveneens zal de werknemer de ruimte moeten
worden gelaten om zijn werkzaamheden naar eigen inzicht te verrichten
zonder dat zijn baas voortdurend over zijn schouder meekijkt. Continue
controle op e-mail - met name op de inhoud ervan - doet daaraan afbreuk.
Op
grond van de belangenafweging moet de werkgever vervolgens het minst
vergaande middel kiezen. In het algemeen dient de werkgever rekening te
houden met het recht op vertrouwelijke communicatie van zijn werknemers.
Evenals
controle op e-mail is controle op het internetgebruik van werknemers
toegestaan. Met name is de werkgever bevoegd om op basis van zijn
gezagsbevoegdheid voorwaarden te stellen aan het gebruik (bijv. tijd en
plaats) of bepaalde soorten gebruik te verbieden. Ook hier geldt dat de
genomen maatregelen in een redelijke verhouding moeten staan tot de
belangen van werknemer en dat de gebruikte middelen niet een
verdergaande inbreuk mogen maken op die belangen dan strikt noodzakelijk
is.
Gelet op het voorgaande is het verstandig om bij de vormgeving van het beleid rekening te houden met de volgende vuistregels:
4.2.1 Zorg voor een scheiding in zakelijke mail en priv�-mail; zo dit niet mogelijk is, ontzie priv�-mail dan zoveel mogelijk
Indien de werkgever er geen bezwaar tegen heeft dat werknemers het e-
mailsysteem gebruiken voor priv�-doeleinden, is het vanuit het oogpunt
van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de werknemers
wenselijk om de zakelijke mail van de priv�-mail te scheiden. Dit kan
bijvoorbeeld door de werknemer twee mailadressen aan te bieden, waarvan
er ��n zakelijk en ��n priv� is. De werknemer kan de mogelijkheid worden
geboden om de mailbox met priv�-mail met een password te beveiligen.
Zakelijke e-mail kan dan bij afwezigheid van de werknemer door anderen
worden geopend zonder gevaar voor inbreuk op de privacy van de
werknemer.
Indien scheiding tussen zakelijke en priv�-mail niet
mogelijk blijkt, dient de werkgever er rekening mee te houden dat er
priv�-berichten worden ontvangen en verstuurd. Hoewel een werkgever in
beginsel het recht heeft priv�-gebruik te verbieden, moet worden
aangenomen dat hij ook in dat geval geen recht heeft om alle e-mail
inhoudelijk te controleren. Met name ontvangen priv�-mail dient te
worden ontzien vanwege het feit dat de werknemer daarover weinig
controle heeft. Dit ligt anders als de werkgever gewichtige redenen
heeft om van het bericht kennis te nemen. Ook voor controle van
verstuurde priv�-mail moet de werkgever een gewichtige reden kunnen
aantonen.
4.2.2 Beperk de controle tot het vooraf geformuleerde doel; voorzie in controlemechanisme die op de doeleinden zijn toegesneden
Een
werkgever kan meerdere redenen hebben om e-mail of internetgebruik te
willen controleren. Deze doeleinden stellen voorwaarden en beperkingen
aan de omvang en de wijze van controle. Veel voorkomende doeleinden
zijn:
4.2.2.1 Begeleiding/individuele beoordeling
E-mail: In
het kader van begeleiding of individuele beoordeling van werknemers kan
controle op de inhoud van de zakelijke e-mail aan de orde zijn. Dit
moet dan wel rechtstreeks verband houden met diens taken. Zo kan een
helpdesk-medewerker tot wiens taak het behoort om per e-mail met klanten
te communiceren aan een steekproefsgewijze inhoudelijke controle
onderworpen worden. In deze situatie is het wenselijk om de mogelijkheid
van controle vast te leggen in de arbeidsovereenkomst. De berichten
moeten zo spoedig mogelijk worden ge�valueerd. Indien dit is gebeurd, is
er geen noodzaak om het bericht nog langer te bewaren.
Internet: Het
doeleinde begeleiding en individuele beoordeling zal in de meeste
organisaties geen rol spelen. Voor zover dat wel het geval is (bijv. in
geval van documentalisten die externe bronnen of online vakliteratuur
moeten raadplegen), dienen de regels voor controle op e-mail
overeenkomstig te worden toegepast.
4.2.2.2 Bewijs/archief
E-mail: Vaak
is een kopie van e-mail gewenst vanwege de behoefte aan bewijs van
zakelijke transacties of dossiervorming. Op dit punt zullen de
procedures die gelden voor het archiveren van berichten op papier
doorgaans van overeenkomstige toepassing zijn.
4.2.2.3 Systeem- en netwerkbeveiliging
E-mail: Vanuit
beveiligingsoogpunt is het wenselijk om e-mail te controleren. Het kan
dan gaan om het tegengaan van systeemaanvallen door virussen, trojans of
andere schadelijke programma's. Bij deze controle verdient een geheel
geautomatiseerde controle van de inkomende berichten en de bijlagen de
voorkeur. Indien een besmet bericht gevonden wordt, kan dit op een
aparte locatie worden bewaard voor nader onderzoek en eventuele
herstelwerkzaamheden. Uiteraard wordt hierbij geen onderscheid gemaakt
in zakelijke en priv�-mail.
Internet: Vanuit
beveiligingsoogpunt is het meestal wenselijk om internetgebruik te
controleren. Het kan dan gaan om het tegengaan van systeemaanvallen door
virussen, trojans of andere schadelijke programma's. Voor dit doel
verdient een geheel geautomatiseerde controle van de inkomende content
de voorkeur, mits de controle tot dit doel beperkt blijft. Indien het
voor de inhoud van de functie van de medewerkers niet noodzakelijk is
dat zij steeds toegang hebben tot internet, kan dit doel eenvoudig
bereikt worden door de toegang aan te bieden op aparte computers die
niet aan het interne netwerk zijn verbonden.
4.2.2.4 Bedrijfsgeheimen
E-mail: Een
werkgever die zich tegen het uitlekken van bedrijfsgeheimen wil
wapenen, zou de inhoud van de uitgaande berichten en de bijlagen kunnen
controleren. Het controleren van e-mail zal echter slechts een beperkt
middel zijn, vanwege de andere (een vaak betere) mogelijkheden die
daarvoor aan te wenden zijn. Indien e-mailcontrole hiervoor toch wordt
ingezet, heeft geautomatiseerde controle middels content-filtering de
voorkeur. Een verdacht bericht kan apart worden gezet voor nader
onderzoek. Onderscheid tussen priv�- en zakelijke mail is niet van
belang.
NB. In dit verband is het van belang zich te realiseren
dat het voor de gebruiker eenvoudig is om deze controle te omzeilen (zie
ook de opmerkingen in paragraaf 2.3).
Internet: Controle op
het uitlekken bedrijfsgeheimen zal moeten geschieden door middel van
content-filtering. Dit is niet geschikt voor alle vormen van
internetgebruik. Een organisatie die het internetgebruik van de
werknemers met het oog hierop wil controleren, doet er dus verstandig
aan aandacht te besteden aan de verscheidenheid van internet en bepaalde
vormen (met name daar waar uploading mogelijk is, zoals FTP en Chat)
wellicht geheel te verbieden. Bedenk wel dat in dat geval ook het
onderhoud van websites niet meer mogelijk is. Overigens kleeft het
risico van uitlekken van bedrijfsgeheimen ook aan het verzenden van
e-mail.
4.2.2.5 Voorkomen van negatieve publiciteit
E-mail: Werknemers
kunnen via e-mail de goede naam van een organisatie behoorlijk
aantasten. Het plegen van strafbare feiten, seksuele intimidatie of
discriminerende uitingen geschiedt immers onder gebruikmaking van het
e-mailadres van de organisatie. Ook hier verdient het de voorkeur om
controle geheel geautomatiseerd te laten plaatsvinden middels
content-filtering. Verdachte berichten - zowel inkomende als uitgaande -
dienen zo mogelijk (geautomatiseerd) te worden teruggestuurd aan de
afzender, waardoor vastlegging van de inhoud van het bericht niet nodig
is. Slechts indien sprake is van herhaaldelijke pogingen van een
medewerker om dergelijke berichten te versturen, kan de werkgever deze
uitnodigen om het een en ander toe te lichten (zie 4.1.9).
Internet: Indien
men gebruik maakt van internetdiensten via een ISP, is dit doel
betrekkelijk eenvoudig te bereiken door de naam van de organisatie uit
alle internetverkeer te verwijderen. In veel programma's wordt men
geacht gebruikersgegevens (naam, organisatienaam, e-mailadres,
reply-adres) in te vullen. Deze gebruikersgegevens worden bij het
internetgebruik steeds meegezonden. Door deze gegevens achterwege te
laten, wordt veel negatieve publiciteit voorkomen omdat de gebruiker of
de organisatie bij de beheerder van de website dan onbekend is. Ook kan
gebruik worden gemaakt van een proxyserver bij een betrouwbare
serviceprovider. Uiteraard vormt dit geen vrijbrief voor werknemers om
zich te misdragen op het internet. Steekproefsgewijze controle is
mogelijk (zie punt 4.2.2.7).
Het voorgaande geldt niet voor
internetverkeer via vaste IP-adressen. Deze zijn immers altijd
herleidbaar op een organisatie. In dat geval kan een werkgever
internetverkeer van de werknemer controleren. Dit zal hij echter slechts
steekproefsgewijs kunnen doen.
4.2.2.6 Tegengaan van seksuele intimidatie
E-mail: Via
e-mail kan eenvoudig seksuele intimidatie worden gepleegd. Zowel de
inhoud van het bericht als de bijlagen kunnen seksueel intimiderend
zijn. Ook is het niet ingewikkeld om de afzender van een bericht te
maskeren.
Een werkgever die het beleid hiervoor wil handhaven,
kan inkomende berichten onderwerpen aan een geautomatiseerde controle.
Zo kan de tekst gescand worden op verboden woorden en kunnen bijlagen
nader bekeken worden, als daar gezien de situatie aanleiding voor is.
Verdachte berichten dienen (geautomatiseerd) te worden teruggestuurd aan
de afzender.
Internet: Het tegengaan van seksuele intimidatie
via internet (bijv. in Chat-sessies) is lastig. Bepaalde vormen zijn
volstrekt ongeschikt om te controleren met het oog op dit doel. In dit
kader past een meer repressieve benadering middels een
klachtenprocedure.
4.2.2.7 Naleving afspraken over verboden gebruik
Een
goed beleid voorziet in heldere regels over het gebruik van e-mail en
internet die op een toegankelijke manier aan de werknemers kenbaar zijn
gemaakt. Veel werkgevers zullen de behoefte hebben om bepaalde soorten
gebruik te verbieden. Het zal dan gaan om gokken, het versturen van
kettingbrieven, het bekijken of verspreiden van pornografisch materiaal,
het doen van discriminerende of seksueel intimiderende uitingen of het
downloaden of versturen van illegale software of omvangrijke bestanden
die veel beslag leggen op de beschikbare capaciteit.
Een
werkgever kan de behoefte hebben om te controleren of deze regels ook
worden nageleefd. Dit doel rechtvaardigt echter niet een continue
controle en de daarmee gepaard gaande verregaande inbreuk op de
persoonlijke levenssfeer van de werknemer. In de regel zal de controle
op naleving van de afspraken slechts steekproefsgewijs mogen geschieden.
Indien echter een werknemer of een groep werknemers ervan worden
verdacht de regels te overtreden, kan gedurende een vastgestelde (korte)
periode gerichte controle plaatsvinden (zie 4.2.3).
4.2.2.8 Kosten- en capaciteitsbeheersing
E-mail: Uiteraard
kost het versturen van e-mail geld en legt het beslag op de beschikbare
capaciteit van het netwerk. Het kostenaspect is met name aan de orde
als de e-mailverbinding via de telefoon verloopt. De tijd die het kost
om de mail te versturen, is gerelateerd aan de hoeveelheid berichten en
de omvang ervan. Dit vertaalt zich in het aantal telefoontikken en dus
in de hoogte van de telefoonrekening. Door vastlegging van de
verkeersgegevens kan de medewerker worden aangesproken op zijn
mailgedrag. Kennisneming van de inhoud van de mail is voor dit doel niet
noodzakelijk.
Ook voor capaciteitsbeheersing is controle op
inhoud niet noodzakelijk. De controle zal voor dit doel beperkt kunnen
blijven tot gegevens over tijd, hoeveelheid, omvang, en dergelijke.
Internet: Uiteraard
kost het gebruik van internet geld. Dit is met name het geval als er
alleen via de telefoon verbinding is met internet. Dit vertaalt zich in
het aantal telefoontikken en dus in de hoogte van de telefoonrekening.
Door vastlegging van de verkeersgegevens kan de medewerker worden
aangesproken op zijn internetgedrag. Kennisneming van de inhoud van het
internetgebruik is voor dit doel niet noodzakelijk.
4.2.3 Voer de controles op naleving zo beperkt mogelijk uit (maatwerk)
E-mail: Indien
er aanwijzingen zijn dat werknemers de regels overtreden, is vaak
gedurende kortere of langere tijd gerichte controle wenselijk. Hierbij
moet de omvang van de controle zo beperkt mogelijk worden gehouden.
Maatwerk is derhalve vereist. Eerst dient een selectie te worden gemaakt
in verdachte en niet-verdachte werknemers. Vervolgens kunnen van de
verdachte werknemers de onderschepte berichten worden gescreend op een
verdachte afzender of bestemming, een verdacht onderwerp, verboden
woorden in de inhoud of verboden extensies van de bijlage. Berichten
waarvan aannemelijk is dat het regulier verkeer betreft of waartegen ook
overigens geen bedenkingen bestaan, mogen niet worden geopend.
Uiteindelijk blijven alleen berichten over die afkomstig zijn van of
gericht zijn aan een verdachte werknemer waarvan het onderwerp, woorden
in de inhoud of de extensie van de bijlage aanleiding vormen voor een
nader onderzoek. Deze berichten kunnen worden geopend. De overige
berichten worden vernietigd (kopie�n) of alsnog doorgezonden (originele
berichten).
Internet: Indien er aanwijzingen zijn dat bepaalde
werknemers de regels overtreden, is vaak gedurende kortere of langere
tijd gerichte controle wenselijk. Hierbij moet de omvang van de controle
zo beperkt mogelijk worden gehouden. Maatwerk is derhalve vereist.
Eerst dient een selectie te worden gemaakt in verdachte en
niet-verdachte werknemers of computers. Vervolgens worden van de
verdachte werknemers of computers het onderschepte verkeer gescreend op
een verdachte URL, een verdacht onderwerp, verboden woorden of verboden
gebruik.
4.2.4 Beperk de logging van het e-mail- en
internetverkeer tot de verkeersgegevens; bewaar de loggegevens niet
langer dan noodzakelijk is
E-mail: Het doel van het
e-mailsysteem is om de berichten zo snel en effici�nt mogelijk op hun
bestemming te krijgen. Daarom kan de logging op de mailserver beperkt
blijven tot gegevens over de afzender, de bestemming, de datum en de
tijd van het bericht. Dit zijn de zogeheten 'verkeersgegevens'.
Het
is doorgaans niet nodig om de verkeersgegevens lang te bewaren. Als
standaard bewaartermijn kan dan ook een maand aangehouden worden. Indien
er bijzondere redenen zijn om de gegevens langer te bewaren dan moet
dat expliciet kunnen worden gemaakt.
Internet: Het is mogelijk
om op een firewall het inkomende en uitgaande internetverkeer tot op
een zeer gedetailleerd niveau te loggen. In beginsel kan iedere tekst,
ieder plaatje en iedere up- of download afzonderlijk worden vastgelegd
via loggings. De logging dient beperkt te blijven tot de gegevens die
noodzakelijk zijn voor de realisering van de vooraf gestelde doelen. Met
name als priv�-gebruik is toegestaan, moet terughoudend worden omgegaan
met het vastleggen van de URL op persoonsniveau. Overige loggings mogen
niet plaatsvinden of dienen terstond te worden vernietigd.
Het
is doorgaans niet nodig om de loggings lang te bewaren. Als standaard
bewaartermijn kan dan ook een maand aangehouden worden. Indien er
bijzondere redenen zijn om de gegevens langer te bewaren dan moet dat
expliciet kunnen worden gemaakt. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen
indien een werknemer ervan wordt verdacht zich niet aan de vastgestelde
regels te houden.
4.2.5 Ontzie geprivilegieerde informatie in elektronische berichten
E-mail: Evenals
andere werknemers communiceren ook leden van de ondernemingsraad en
bedrijfsartsen onderling met behulp van e-mail. Voor zover zij dat doen
in hun hoedanigheid als OR-lid of arts is hun e-mail beschermd en mag de
werkgever daar geen kennis van nemen. De werkgever zal in zijn beleid
dus rekening moeten houden met dit verschijnsel.
5 Beknopt overzicht vuistregels voor de werkgever
Algemeen
1. Behandel zaken online op dezelfde manier als off line. 2. Stel heldere regels op met de instemming van de ondernemingsraad. 3. Publiceer de regels op een voor de werknemer toegankelijke wijze. 4. Stel vast in hoeverre priv�-gebruik van de faciliteiten is toegestaan. Welke software mag daarvoor gebruikt worden. 5. Maak verboden gebruik zoveel mogelijk softwarematig onmogelijk. 6. Anonimiseer rapportages en gebruiksstatistieken. 7. Houdt rekening met de back-ups van het systeem. 8. Garandeer de integriteit van de systeembeheerder. 9. Bespreek geconstateerd gedrag zo spoedig mogelijk met betrokkene. 10. Biedt inzage in de gegevens. 11. Evalueer de regels periodiek.
E-mail/internet
12. Zorg voor een scheiding in zakelijke mail en priv�-mail. Zo dit niet mogelijk is, ontzie priv�-mail dan zoveel mogelijk. 13. Beperk de controle tot het vooraf geformuleerde doel. Voorzie in op de doeleinden toegesneden controlemechanismen. Doeleinden kunnen zijn: - Begeleiding / individuele beoordeling - Bewijs / archief - Systeem- en netwerkbeveiliging - Controle op bedrijfsgeheimen - Voorkomen van negatieve publiciteit - Tegengaan van seksuele intimidatie - Naleving afspraken over verboden gebruik - Kosten- en capaciteitsbeheersing 14. Voer de controles op naleving zo beperkt mogelijk uit (maatwerk). 15.
Beperk de logging van het netwerkgebruik tot de verkeersgegevens
(e-mail) of de gegevens die noodzakelijk zijn voor het doel (internet). 16. Bewaar de loggegevens niet langer dan noodzakelijk is. - E-mail: 1 maand - Internet: 1 maand 17. Ontzie geprivilegieerde informatie van ondernemingsraadleden en bedrijfsartsen in elektronische berichten.
Bijlage
Deelnemerslijst expert-meeting woensdag 25 oktober 2000, Registratiekamer
Compumatica Secure Systems BV - Mevr. P. van Schaijk FNV - Dhr. mr. H. van Steenbergen FNV Bondgenoten - Mevr. mr. S. Lieon Kennedy Van der Laan Advocaten - Mevr. mr.dr. H.H. de Vries Dhr. mr. D.J. Rutgers KPMG - Dhr. R.C. Crouwel RA Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid - Mevr. mr.drs. S. Voortman Mevr. mr. L. Verplak Ministerie van Verkeer en Waterstaat - Dhr. ir. A. Otte (tevens ISOC) Singewald Consultants Group BV - Dhr. mr. H.J.M. Gardeniers Van Diepen van der Kroef Advocaten - Mevr. mr. B.A.J. Spiegler (namens E92 Plus)
Schriftelijk gereageerd
VNO-NCW Nederlandse Vereniging voor Personeelsbeleid
Registratiekamer
Dhr. mr.dr. U. van de Pol Dhr. mr.drs. J.H.J. Terstegge Dhr. drs. R. Schreijnders Mevr. S.M. Artz
| | | 
|