KG 1990/33 -------------------------------------------------------------------------------- PRES. RB. AMSTERDAM 14 december 1989, rolnr. KG 89/2388 V (Mr. Vrakking) [Essentie] Geschil over het gebruik van het oproepverdelingssysteem van de telefonische informatiedienst. Telecom is gebonden aan de tussen haar rechtsvoorgangster, de PTT, met de rechtsvoorgangster van de ondernemingsraad, de Dienstcommissie, met betrekking tot dat gebruik gesloten overeenkomst. De vrees is gerechtvaardigd dat in strijd met hetgeen dienaangaande is overeengekomen en in strijd met het goed-werkgeverschap de door het systeem thans verkregen en nog te verkrijgen meetgegevens bij de beoordeling van de individuele arbeidsprestaties van de informatrices worden gebruikt. [Tekst] De ondernemingsraad PTT Telecom District Amsterdam, te Amsterdam, eiser, proc. Mr. D.H.M. Peeperkorn, adv. Mr. M.P.M. Steenberghe te Utrecht, tegen PTT Telecom BV, te 's-Gravenhage, mede kantoorhoudende te Amsterdam, gedaagde, vrijwillig verschenen, proc. Mr. J.J. Trap. (Post alia:) Gronden van de beslissing 1. Tot uitgangspunt dient: a. In 1981 heeft de PTT, de rechtsvoorgangster van Telecom, op de afdelingen Teleplus en ITF van haar Telecommunicatiedistrict Amsterdam (Teleplus geeft telefonisch inlichtingen over buitenlandse telefoonnummers, ITF over binnenlandse) een computergestuurd oproepverdelingssysteem, genaamd autrax, in gebruik genomen. Daarmee worden de aanvragen om inlichtingen over het personeel verdeeld. Dit systeem is in augustus 1988 op de afd. ITF en in januari 1989 op de afd. Teleplus vervangen door een soortgelijk systeem, genaamd distrivox. b. Met de autrax konden - na enige speciale handelingen - de individuele prestaties van de informatrices worden gemeten. c. Daarvoor gold - blijkens de Nieuwsbrief van 1 aug. 1981, via welk middel de PTT haar afspraken met de Dienstcommissie Telecommunicatiedistrict Amsterdam, de rechtsvoorgangster van de OR, placht vast te leggen - de volgende regeling: "Ook individuele controle? Het is uiteraard mogelijk om met een ingenieus apparaat als de Autrax afzonderlijke posten te observeren. Over het al of niet toepassen hiervan is in Rotterdam reeds uitgebreid van gedachten gewisseld met groepschefs en personeel. Uit deze gedachtenwisseling is het volgende standpunt naar voren gekomen: - het systeem is in de eerste plaats voor groepsresultaten bestemd en niet voor individuele metingen; - individuele metingen zullen slechts bij hoge uitzondering worden gepast, bijv. naar aanleiding van een beoordelingsgesprek, onder de volgende condities; - de afspraak wordt gemaakt tussen betrokkene, groepschef en afdelingschef; - afdelingschef verzoekt HTTB de mogelijkheid te openen post ... op datum ... te laten meten; - het tijdstip waarop wordt niet aan betrokkene bekendgemaakt; - de resultaten worden altijd door de afdc/grc met betrokkene besproken; - na afloop van dit gesprek worden de gegevens vernietigd. Eenzelfde procedure zal ook in Amsterdam gelden, waarbij cttb Asd aan HTTB Rt zal moeten vragen om een bepaalde post op een bepaalde datum te laten observeren." d. De distrivox is zodanig geprogrammeerd dat automatisch het individueel gebruik van de apparatuur wordt geregistreerd. Daarvan heeft Telecom weliswaar enkele van haar medewerkers maar niet de OR op de hoogte gesteld. De OR heeft daarvan pas in de zomer van 1989 lucht gekregen naar aanleiding van een nota van een interim-manager d.d. 13 juli 1989 aan de informatrices van de afd. Teleplus, waarin stond dat hun prestaties vanaf september 1989 individueel gemeten zouden worden omdat door hen te weinig aanvragen werden verwerkt. e. Het daarop gevolgde overleg tussen de OR en Telecom heeft niet tot overeenstemming geleid. Telecom heeft zich op het standpunt gesteld dat de regeling van 1981 nog steeds gold en dat zij zich daaraan zou houden maar dat zij gerechtigd was om de metingen van september t/m november 1989 van de individuele prestaties van de informatrices, werkzaam op de afd. Teleplus, voor een algemeen onderzoek naar hun manier van werken te gebruiken. Daar wordt volgens Telecom niet efficient gewerkt. f. In oktober 1989 is echter aan een groot aantal informatices van de afd. Teleplus aangezegd dat met hen functioneringsgesprekken zouden worden gevoerd aan de hand van de metingen van hun individuele prestaties. Zowel op de afd. ITF als op de afd. Teleplus beschikt het hoger personeel over meetgegevens van de individuele prestaties van hun ondergeschikten, al dan niet in de vorm, waarin de distrivox deze heeft geproduceerd. 2. Telecom meent dat het gebruik van individuele meetgegevens voor een algemeen onderzoek naar de werkwijze van haar personeel los moet worden gezien van het gebruik van die gegevens bij de beoordeling van de informatrices. Volgens haar gold de regeling van 1981 uitsluitend het gebruik van die gegevens bij de personeelsbeoordeling. Telecom wil zich aan die regeling houden. Telecom heeft ter zitting toegezegd dat 1. zij de individuele meetgegevens niet zal gebruiken voor de beoordeling van een informatrice, tenzij deze daarvoor toestemming geeft; 2. zij de meetgegevens overigens uitsluitend zal gebruiken voor een algemeen onderzoek naar de werkmethoden van de informatrices, onder de beperking dat zij a. voor haar onderzoek op de afd. Teleplus uitsluitend de van 1 sept. tot 1 dec. 1989 verkregen gegevens van de daar werkzame informatrices zal gebruiken en dat zij b. een dergelijk onderzoek op de afd. ITF eerst zal aankondigen (wanneer en indien zij ook daar een algemeen onderzoek nodig acht); 3. zij de individuele meetgegevens en alle daarvan afgeleide (al dan niet op de beide afdelingen opgeslagen of verspreide) gegevens zal vernietigen, behalve die gegevens, die na toestemming van de betrokkene voor een personeelsbeoordeling mogen worden gebruikt, en die gegevens, die voor het algemene onderzoek op de afd. Teleplus nodig zijn. 3. De OR acht deze toezeggingen, gelet op hetgeen hiervoor onder 1.f is vermeld, onvoldoende. De OR meent voorts dat Telecom de individuele prestaties van de informatrices slechts mag meten in het kader van een personeelsbeoordeling (mits met toestemming van de betrokkenen). Zijn vordering strekt er in de eerste plaats toe dat de programmering van de distrivox zodanig wordt veranderd dat de individuele prestaties van de informatrices niet langer automatisch worden vastgelegd; daarnaast wenst de OR dat de thans voorhanden individuele gegevens worden vernietigd en dat Telecom zich voortaan stipt aan de regeling van 1981 houdt. 4. De deugdelijkheid van alle aan deze vordering ten grondslag gelegde stellingen van de OR behoeft niet te worden onderzocht. Voorbij wordt gegaan aan de vraag of Telecom in strijd handelt met enige bepaling van de WOR of van de Arbeidsomstandighedenwet danwel onvoldoende behoedzaam omgaat met het recht van haar personeel op bescherming van hun privacy. Voldoende grondslag is dat Telecom, zoals hierna zal blijken, zich tegenover haar personeel niet gedraagt als een goed werkgever als bedoeld in art. 1638z BW. 5. Voorop staat dat de in 1981 in het Nieuwsblad van de PTT vastgelegde regeling moet worden gekenschetst als een overeenkomst tussen de PTT en haar personeel, vertegenwoordigd door de Dienstcommissie. Voor de PTT is Telecom in de plaats getreden; de OR is de Dienstcommissie opgevolgd. Aan de verplichtingen uit die met het personeel gesloten overeenkomst is Telecom ook na de invoering van het nieuwe oproepverdelingssysteem en bij gebreke van nieuwe afspraken gebonden, voor zover het nieuwe systeem in technisch opzicht niet zodanig anders is dan het oude dat een aanpassing - maar dan wel tenminste in overleg met de OR - nodig is. 6. Een zodanige verandering is wellicht - pp. hebben zich daarover onvoldoende uitgelaten - dat de distrivox de individuele prestaties automatisch registreert, terwijl aan de overeenkomst van 1981 ten grondslag lag dat het toen in gebruik genomen systeem dat niet deed. Voor toewijzing van het eerste onderdeel van de gevraagde voorziening (te weten: een veroordeling tot het onverwijld nemen van maatregelen waardoor geen individuele metingen kunnen worden verricht; Red.) is dan ook thans, nu dit geding zich niet leent voor een nader onderzoek, geen plaats. 7. Het standpunt van Telecom dat de overeenkomst van 1981 uitsluitend betrekking heeft op de wijze, waarop de mogelijkheden van het oproepverdelingssysteem worden benut voor de beoordeling van de arbeidsprestaties van het personeel, is juist. De overeenkomst van 1981 verzet zich er derhalve niet tegen en geen andere rechtsregel staat eraan in de weg dat Telecom zonder toestemming van de OR de individuele gegevens die het systeem genereert, gebruikt voor een onderzoek naar de wijze van werken van het personeel. 8. Aan dat gebruik kleven echter ernstige bezwaren als dat gebruik meebrengt dat functionarissen, die tevens belast zijn met de beoordeling van het personeel, over de individuele gegevens kunnen beschikken. De kennis die die functionarissen op die wijze verkrijgen, zal zonder twijfel een - niet te controleren - rol spelen bij hun beoordeling van het personeel. 9. Vaststaat dat het hoger personeel, belast met de beoordeling van de informatrices, reeds beschikt over een deel van de individuele meetgegevens die Telecom wil benutten voor het thans door haar geplande onderzoek op de afd. Teleplus. Daarbij komt dat Telecom dit onderzoek wil doen uitvoeren door een eigen dienst. Een waarborg dat die eigen dienst de meetgegevens, voor zover nog niet aan het hoger personeel op de afdeling bekend, niet eveneens aan dat hoger personeel bekend zal maken, ontbreekt. Procedure-afspraken zijn nog niet gemaakt. 10. Onder deze omstandigheden is het wantrouwen van de OR dan ook gerechtvaardigd dat de voor het thans geplande algemene onderzoek op de afd. Teleplus te gebruiken individuele meetgegevens toch bij de beoordeling van de daar werkzame informatrices zullen worden betrokken. Terecht neemt de OR derhalve geen genoegen met de hiervoor onder 2 vermelde toezeggingen van Telecom. De informatrices, wier belangen de OR behartigt, kunnen er dan ook aanspraak op maken dat eerst van individuele meetgegevens voor een algemeen onderzoek naar de werkwijze op de afd. Teleplus gebruik wordt gemaakt, wanneer de hiervoor bedoelde waarborg is geschapen. 11. In afwachting daarvan behoort Telecom alle inmiddels verkregen en nog te verkrijgen individuele meetgegevens alsmede de daarvan afgeleide gegevens te vernietigen, voor zover deze niet betrekking hebben op de prestaties van een informatrice die toestemming heeft verleend voor het gebruik van haar gegevens voor een beoordeling. 12. Dit leidt tot de volgende voorziening. Telecom moet als de in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij de kosten dragen. Beslissing 1. Beveelt Telecom binnen 24 uur na de betekening van dit vonnis alle op dat tijdstip verkregen meetgegevens van de individuele prestaties van haar informatrices op de afdelingen Teleplus en ITF te Amsterdam alsmede alle daarvan afgeleide, binnen haar bedrijf voorhanden gegevens te vernietigen, op verbeurte van een dwangsom van f 50 000. 2. Beveelt Telecom de na de betekening van dit vonnis te verkrijgen meetgegevens van de individuele prestaties van haar informatrices op de afdelingen Teleplus en ITF te Amsterdam te vernietigen, steeds binnen 8 uur nadat de distrivox deze gegevens heeft geproduceerd, op verbeurte van een dwangsom van f 5000 voor iedere overtreding van dit bevel, tot een maximum van f 50 000. 3. Bepaalt dat de OR aan de hiervoor onder 1 en 2 gegeven bevelen geen rechten kan ontlenen, voor zover Telecom na verkregen toestemming van een informatrice de op haar arbeidsprestatie betrekking hebbende gegevens gebruikt voor haar beoordeling. 4. Bepaalt dat de OR geen rechten kan ontlenen aan het hiervoor onder 2 gegeven bevel, voor zover Telecom de gegevens gebruikt voor een onderzoek naar de werkwijze van het personeel op de genoemde afdelingen en mits voldoende is gewaarborgd dat deze gegevens niet ter kennis zullen komen van die functionarissen die belast zijn met de beoordeling van dat personeel. 5. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad. 6. Veroordeelt Telecom in de kosten van het geding, tot deze uitspraak aan de zijde van de OR begroot op f 250 aan vastrecht en op f 1100 aan procureurssalaris. 7. Wijst af het meer of anders gevorderde. (Bij het ter perse gaan was niet bekend of er hoger beroep is ingesteld, Red.)