KG 1985/299 --------------------------------------------------------------------------------- PRES. RB. ROERMOND 12 september 1985, rolnr. KG 134/1985 (Mr. Paulussen) [Essentie] Plaatsing van gesloten TV-circuit in bedrijf. Toezicht door werkgever op werknemer in een werksituatie wordt niet als inbreuk op privacy beschouwd, zolang dit toezicht door een daartoe aangestelde functionaris in persoonlijk contact wordt uitgeoefend. Vraag in dit k.g. is of gehele of gedeeltelijke vervanging van dit persoonlijk toezicht door een TV-circuit de grens, bij welke een werknemer zodanig toezicht als een inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer zou kunnen ervaren, overschrijdt. De Pres. concludeert, dat gebruik van het TV-circuit voorlopig nog niet is gerechtvaardigd. [Tekst] De Vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Industriebond FNV, gevestigd te Amsterdam; eiseres in k.g. bij exploit van dagvaarding d.d. 26 aug. 1985; proc. Mr. R. J. van Boven jr; adv. Mr. M. P. M. Steenberghe; tegen De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid KOMA" Koeltechnische Industrie BV, gevestigd te Roermond, kantoorhoudende te Melick, Energieweg 2; gedaagde in k.g. bij voormeld exploit van dagvaarding; proc. Mr. B. Moszkowicz; adv. Mr. M. Moszkowicz sr. en mr. B. Moszkowicz. Enz. Vaststaande feiten Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend of niet gemotiveerd weersproken en voorts op grond van hetgeen in de vestiging van KOMA te Melick is waargenomen, worden de volgende feiten en omstandigheden als ten processe vaststaand aangemerkt. a. Het bedrijf KOMA KOMA houdt zich bezig met het vervaardigen van en handel drijven in technische artikelen en installaties, aircondition, lucht- en behandelingsinstallaties, warmte- en ontdooitechniek en zodanige zaken, die daarmee verband houden, alles in de meest uitgebreide zin. De geproduceerde hoogwaardige apparatuur wordt voor 85% geexporteerd. Er zijn twee vestigingen te weten te Melick aan de Energieweg 2 en te Roermond aan de Daalakkerweg 10. Bij KOMA te Melick werken 90 personen, waarvan 46 in het "produktiegedeelte". Bij KOMA te Roermond werken 10 personen. Het produktiegedeelte van KOMA te Melick bestaat uit 15 verschillende afdelingen, die alle min of meer een zelfstandige unit vormen. De meeste van deze afdelingen zijn door wanden van elkaar gescheiden. De bedrijven te Roermond en Melick zijn enige kilometers van elkaar gelegen. b. Geschiedenis van de plaatsing van het gesloten TV-circuit In 1984 is een gesloten TV-circuit geplaatst in de vestiging te Roermond aande Daalakkerweg 10. Tussen genoemde vestiging en de bedrijfsleiding te Melick aan de Energieweg werd een verbinding tot stand gebracht door middel van een monitor in het kantoor van de adjunct-directeur Wehrens. Eind 1984 werd het voornemen van de directie van KOMA bekend om een dergelijk systeem eveneens te plaatsen in de vestiging te Melick. In een gesprek tussen FNV en de directie van KOMA op 20 dec. 1984 is dit bevestigd. Enz. Na de vakantie op 19 aug. 1985 (prod. 14 KOMA) antwoordt KOMA, dat zij het TV-circuit zal laten plaatsen. Als doel hiervan geeft KOMA op, dat slechts beoogd wordt de mensen op de werkpunten een rationele begeleiding te kunnen geven, hetgeen in de praktijk neerkomt op het direct ondersteuning verlenen door de staf van KOMA bij technische vraagstukken en op de zo belangrijke kwaliteitsbewaking van de kostbare eindprodukten. c. Beschrijving van het geplaatste TV-circuit In het bedrijf van KOMA te Melick zijn 18 camera's statisch gemonteerd op een hoogte van 4 a 5 meter. Deze camera's zijn verdeeld over alle werkplaatsen behoudens een doorgang. Genoemde camera's hebben een vaste lens en kunnen geen "close-up" beelden maken. Een "on-air" indicatie ontbreekt maar kan, volgens produktie 4 KOMA, eenvoudig worden aangebracht. De beelden welke met deze camera's worden gemaakt kunnen niet op band worden vastgelegd. De beelden komen binnen op een 3-tal monitoren welke staan opgesteld in het kantoor van de adjunct-directeur Wehrens. Volgens een van te voren ingesteld programma geven de monitoren een overzicht van de verschillende door de camera's bestreken werkruimten. Dit gebeurt door tamelijk snel wisselende beelden, die daarom niet lang intensief kunnen worden bekeken, maar wel kunnen worden vastgezet. Er zijn geen details van het onderhanden zijnde werk zichtbaar. Personen zijn redelijk tot goed herkenbaar en komen duidelijker in beeld naarmate zij dichter in de buurt van de camera komen en niet bewegen. De camera's zijn dusdanig geplaatst dat op een kleine hoek na de werkplaats helemaal in beeld komt, zo dat door aaneenschakeling van de camerabeelden op de monitoren een compleet, zij het niet gelijktijdig, overzicht van bijna de gehele produktieafdeling wordt verkregen. De stellingen en de vordering van FNV FNV heeft gesteld en gevorderd overeenkomstig de aangehechte dagvaarding. FNV is van oordeel dat KOMA door de installatie van het TV-circuit en het gebruik daarvan handelt in strijd met haar verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst jegens de bij KOMA in dienst zijde werknemers - lid van FNV - en voorts handelt in strijd met de zorgvuldigheid die haar in het maatschappelijk verkeer betaamt jegens de personen, in dienst van KOMA, omdat het handelen van KOMA inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van de te bespieden en/of bespiede werknemers bij KOMA in dienst. FNV heeft tot taak de belangen van zijn leden te behartigen en is uit dien hoofde gerechtigd namens zijn leden te vorderen dat KOMA zich onthoudt van wanprestatie en/of onrechtmatig handelen jegens zijn leden. Ter terechtzitting heeft de raadsman van FNV haar stellingen nader toegelicht, van welk betoog een pleitnota is overgelegd, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast wordt aangemerkt. De raadsman van FNV heeft een schets gegeven van de feitelijke gang van zaken met betrekking tot de plaatsing van het onderhavige TV-circuit en onder verwijzing naar literatuur en kamerstukken, een beroep gedaan op het recht van privacy zoals dat is neergelegd in art. 10 van de Grondwet en art. 8 EVRM. Kort samengevat luiden die stellingen: 1. Iedere Nederlandse burger heeft het recht op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer. De onbevangenheid van de mens dient beschermd te worden. In dat verband acht FNV het gebruik van een TV-circuit, als door KOMA geplaatst, in principe ontoelaatbaar. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag inbreuk worden gemaakt op de privacy van de werknemers. Dit is een afweging van belangen, afhankelijk van het doel van de inbreuk. Indien bij afweging blijkt, dat de inbreuk gerechtvaardigd is, dan dient de persoon, wiens privacy geschonden wordt, daarvan op de hoogte te zijn. In casu kan de door KOMA aangedragen doelstelling niet door het TV-circuit worden bereikt terwijl voorts het voorgestane doel op betere wijze kan worden verwezenlijkt. Voor het geval de doelstelling van KOMA inbreuk op de privacy zou rechtvaardigen, moet van KOMA verlangd worden, dat deze met de bond, belangenbehartiger van haar leden, overleg pleegt over een duidelijk reglement dat doelstelling, gebruik, verantwoordelijkheid van de houder, voorkoming van misbruik, informatie naar de individuele werknemers, geheimhouding en controle regelt, en daaromtrent met de bond overeenstemming wordt bereikt. Het operationeel maken van het TV-circuit levert een bedreiging en schending van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken werknemers op. Een mens die weet dat hij bespied wordt of kan worden, raakt zijn spontaniteit kwijt, handelt onder een psychische druk. De keuze van KOMA getuigt van slecht personeelsbeleid. 2. KOMA handelt in strijd met haar verplichtingen als goed werkgever. De houding van KOMA impliceert een gebrek aan respect voor de persoon van zijn werknemers. De arbeidsovereenkomst is van persoonlijke aard, de arbeid moet persoonlijk worden verricht. Daaraan is niet te ontkomen. De werkgever heeft verplichtingen tegenover de persoonlijke inzet van zijn werknemers en die verplichtingen zijn niet alleen in loon uit te drukken. Hij moet voor goede arbeidsomstandigheden zorgdragen en zijn personeel aan de psychische druk van de camera blootstellen getuigt niet van goed werkgeversschap. 3. KOMA handelt onrechtmatig door inbreuk te maken op het subjectieve recht op privacy van de werknemers. 4. In ieder geval is er sprake van een handelen door KOMA dat indruist tegen de zorgvuldigheid, welke in het maatschappelijk verkeer betaamt ten aanzien van eens anders persoon. FNV vordert: 1. Te gelasten de in het bedrijf van gedaagde gemonteerde camera's binnen 24 uur na betekening van het door Ons te wijzen vonnis te verwijderen en daarvan geen gebruik te maken. 2. Subsidiair, te gelasten de in het bedrijf van gedaagde gemonteerde camera's binnen 24 uur na betekening van het door Ons te wijzen vonnis te verwijderen en daarvan geen gebruik te maken, totdat met de bond over doel, gebruik, opslag, beveiliging van de verkregen beelden, geheimhouding, controle, inzage-recht van de werknemers en vervolgens over reglementering met de bond overeenstemming is bereikt, althans zodanige maatregelen als door Ons in goede justitie geboden worden geacht. 3. Een en ander onder verbeurte van een dwangsom groot f 50 000 voor iedere dag dat gedaagde in gebreke zal blijken te zijn aan het gedaagde betekende vonnis te voldoen, kosten rechtens. Het verweer van KOMA KOMA heeft de vorderingen van eiseres afgeweerd met het betoog van haar raadslieden, neergelegd in de overgelegde conclusie van antwoord, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast wordt aangemerkt. Voor alles heeft KOMA zich beroepen op de niet-ontvankelijkheid van FNV in haar vorderingen. KOMA voert aan dat minder dan 10% van de bij KOMA werkzame personeelsleden is aangesloten bij de FNV. Uit een overgelegde lijst met handtekeningen blijkt dat 25 van de in totaal 46 in de produktieafdelingen te Melick werkzame personen - zijnde een meerderheid - geen bezwaar hebben tegen de installatie en ingebruikname van het TV-circuit. Voorts is de ondernemingsraad van KOMA tevoren geraadpleegd en heeft deze installatie en het gebruik van dat systeem goedgekeurd. In verband hiermede rijst de vraag wie FNV in deze vertegenwoordigt. Voor de FNV is in deze omstandigheden geen taak weggelegd. Subsidiair voert KOMA aan dat deze taak bij afwezigheid van precedenten, niet geschikt is voor behandeling in k.g. De belangen van de bij de FNV georganiseerde werknemers - tegenstanders van het TV-circuit - zijn niet zo dringend en spoedeisend dat een uitspraak in een bodemgeschil niet kan worden afgewacht. Indien de FNV ontvankelijk zou worden verklaard in haar vorderingen, dan dienen deze op grond van het navolgende te worden afgewezen: De camera's zijn gericht op objecten en niet op mensen. Op de monitoren zijn personen niet te herkennen. De in de produktie-afdelingen werkzame personen weten op welk punt de camera is gericht. De door camera's opgenomen beelden worden niet op band vastgelegd. De thans geplaatste camera's missen de mogelijkheid tot vastlegging van beelden. KOMA is ook niet van plan hiertoe over te gaan. Mocht zij dit in de toekomst overwegen, dan zal terzake eerst de instemming van het personeel worden gevraagd. Van "bespieden" is geen sprake. De ruimte waarin de monitoren zijn opgesteld is slechts ca. 40% van de tijd bezet. Instructiefilmpjes worden gemaakt met verplaatsbare camera's. Aan de medewerkende personeelsleden zal van tevoren toestemming worden gevraagd. De ondernemingsraad is - nadat terzake een geheime stemming heeft plaatsgevonden - akkoord gegaan met installatie van het systeem. De nieuwe ondernemingsraad, die eind april 1985 is gekozen, heeft zich aan dat standpunt van de vorige ondernemingsraad geconformeerd. KOMA heeft de FNV uitgenodigd om het geinstalleerde TV-systeem ter plaatse te komen bekijken. De FNV heeft die uitnodiging naast zich neergelegd. KOMA van haar kant wenste niet deel te nemen aan een overleg met de FNV, waarvan de uitkomst reeds van tevoren vaststond. FNV stelt in de dagvaarding dat de door KOMA nagestreefde doeleinden ook op andere wijze kunnen worden bereikt, doch heeft te dien aanzien niets concreets aangevoerd. FNV heeft nimmer de aangehaalde handtekeningenlijst getoond waaruit zou blijken dat de "overgrote meerderheid" van het personeel van KOMA tegen plaatsing en ingebruikname van het TV-systeem zou zijn. Een aantal van deze handtekeningen heeft de FNV onder valse voorwendsels verkregen. In tal van bedrijven in Nederland wordt met een zelfde of vergelijkbaar TV-circuit gewerkt, zulks met dezelfde doelstellingen als waarvoor KOMA het bezigt. De arbeidsovereenkomst noch de CAO belet plaatsing van het onderhavige systeem. De CAO bevat ook geen verplichting om alvorens tot installatie van zo'n systeem over te gaan, overleg te plegen met FNV. Overigens kan gezegd worden dat "overleg" wel heeft plaatsgevonden in de bespreking van 20 dec. 1984 en de daarop gevolgde correspondentie. KOMA ontkent dat zij door het installeren en gebruiken van een TV-circuit met werking als voormeld en voor doeleinden als voormeld, zich gedraagt in strijd met art. 1638 Z BW. FNV laat na deze grondslag verder te adstrueren. Ook de stelling dat de aanschaf en het gebruik van genoemd systeem in strijd zou zijn met een goed personeelsbeleid is niet nader geadstrueerd. I.c. hebben de belangen van KOMA, die pleiten voor invoering van het systeem, zwaarder gewogen dan de belangen van een aantal tegenstanders onder de personeelsleden van KOMA. Art. 10 lid 1 van de Grondwet is nog niet in werking getreden, terwijl onder het "gezinsleven" in de zin van art. 8 van de EVRM niet te begrijpen is een eventueel recht van werknemers om in hun werksituatie gevrijwaard te worden van de aanwezigheid van TV-systemen. Voorts wordt door een bepaalde maatregel die uitsluitend de werksituatie betreft, het recht op prive-leven in de zin van genoemd art. 8 van het EVRM niet geschonden. De werkgever heeft wat betreft de eerbiediging van het prive-leven van de werknemer geen verdergaande verplichtingen dan de eerbiediging van de persoonlijke integriteit van de werknemer. Een inbreuk daarop is niet aan de orde. Hetgeen hiervoren omtrent art. 8 van het EVRM is gezegd geldt in dezelfde mate voor art. 17 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. Waar er geen schending is van meergenoemde verdragsbepalingen is er ook geen sprake van een onrechtmatige daad. Zou er al sprake zijn van een schending van de privacy-rechten van de werknemers van KOMA, dan leidt dat niet tot toewijzing van de vordering. Gegeven de hiervoor uiteengezette belangen van KOMA bij invoering, gegeven het feit dat de meerderheid van de betrokken werknemers geen bezwaar heeft en gegeven het feit dat die aantasting hoogstens een marginale kan zijn, moet een afweging van belangen de schaal ten gunste van KOMA doen doorslaan. Indien de Pres. in k.g. de vordering in beginsel toewijsbaar zou oordelen, dan gaat het (veel) te ver om KOMA te veroordelen de camera's etc. te verwijderen. Volstaan zou dan kunnen worden met een bevel die camera's niet langer te gebruiken. Ook te ver zou het gaan een in de tijd ongeclausuleerd bevel tot niet-gebruik. Het bevel zou kunnen worden beperkt totdat in een (door de FNV aan te spannen) bodemprocedure is beslist c.q. tussen pp. overeenstemming is bereikt. KOMA verzoekt FNV in haar vorderingen niet ontvankelijk te verklaren, althans haar die te ontzeggen, met veroordeling van FNV in de kosten van het geding. Het voorlopig oordeel van de Pres. 1. Toezicht door de werkgever op de werknemer in een werksituatie wordt niet als inbreuk op privacy beschouwd zolang dit toezicht door een daartoe aangestelde functionaris in persoonlijk contact wordt uitgeoefend. Vraag in dit k.g. is of gehele of gedeeltelijke vervanging van dit persoonlijk toezicht door een TV-circuit de grens bij welke een werknemer zodanig toezicht als een inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer zou kunnen ervaren, overschrijdt. 2. Het bij KOMA in werking zijnde TV-circuit stelt het personeel in de werkplaatsen bloot aan eenzijdige, niet ogenblikkelijk kenbare en ongecontroleerde waarneming door degene die achter de monitoren zit. Deze methode van waarneming is door het ontbreken van direct menselijk contact niet te vergelijken met toezicht door een ter plaatse (voortdurend) aanwezige chef. "Bespieden" lijkt een minder juiste term, omdat niet mag worden verondersteld dat KOMA deze intentie heeft. 3. KOMA ontkent niet dat een aantal personeelsleden - waaronder FNV-leden - bezwaren tegen haar TV-circuit koestert. De onder het personeel ontstane beroering over de plaatsing van het TV-circuit wettigt het vermoeden dat deze personeelsleden zich door het TV-circuit oprecht en ernstig in hun privacy voelen aangetast, al is ten processe geen duidelijkheid ontstaan over alle motieven. Zo is het niet geheel onmogelijk dat voormelde gevoelens mede een gevolg zijn van onvoldoende zorg en voorbereiding van de kant van KOMA. Objectieve - uit anoniem en onpartijdig onderzoek verkregen - gegevens ontbreken. Dit k.g. biedt geen ruimte voor persoonlijke ondervraging van werknemers. Voorlopig dient derhalve van reeel ervaren inbreuk op privacy te worden uitgegaan. 4. De bescherming van de persoonlijke levenssfeer strekt zich uit tot de werkplaats, maar kan daar op andere te respecteren belangen als eisen van veiligheid, milieu en bedrijfseconomie stuiten. Afweging van belangen is dan onontkoombaar. KOMA zal in strijd met haar verplichtingen als goede werkgever handelen wanneer zij het TV-circuit gebruikt zonder dat: a. een gewichtiger te achten belang daartoe noopt, b. afspraken met het betrokken personeel zijn gemaakt over het gebruik van het TV-circuit en de controle daarop. Ad a Wanneer men in de processtukken de door KOMA voor plaatsing van het TV-circuit aangevoerde motieven nagaat, blijken deze nogal te varieren. De voorlaatste argumentatie (produktie 14 d.d. 19 aug. 1985) luidt: "Doel van dit systeem is enkel en alleen om de mensen op de werkpunten een rationele begeleiding te kunnen geven, hetgeen in de praktijk neerkomt op het direct ondersteuning verlenen door onze staf bij technische vraagstukken en op de zo belangrijke kwaliteitsbewaking van onze kostbare eindprodukten." In het licht van KOMA's eigen mededeling (antwoord sub 14, p. 8) dat de ruimte, waarin de monitoren staan slechts ca. 40% van de tijd is bezet, komt deze argumentatie niet overtuigend voor. Of het TV-circuit geeigend is voor bewaking van de kwaliteit van het produkt is, gezien de op de monitor waargenomen beelden, aan twijfel onderhevig. Tenslotte schrijft KOMA in produktie 5 d.d. 27 aug. 1985 dat de heer Wehrens van voormelde 40% af en toe een produktie-overzicht wil hebben indien hij dit wenst in verband met planning en wijzigingen. Veiligheidsaspecten of kwaliteitsbewaking worden niet meer genoemd. Een belang dat duidelijk opweegt tegen dat van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer is vooralsnog niet aangetoond. Voor een onderzoek door een onafhankelijk deskundige naar de functie en noodzaak van het TV-circuit is in dit k.g. geen plaats. KOMA heeft verklaard niet te beschikken over een voor de plaatsing van het TV-circuit extern ingewonnen advies. Ad b Dat tussen KOMA en haar personeel een regeling is getroffen over het gebruik van het TV-circuit en de controle daarop is gesteld noch gebleken. Een dergelijke regeling zou, zoals KOMA (antwoord sub 13) heeft gesteld, een onderwerp van CAO-onderhandelingen kunnen zijn, maar daarop kan hier niet worden gewacht. 5. De conclusie moet dan ook zijn, dat gebruik van het TV-circuit voorlopig nog niet is gerechtvaardigd. 6. Aan deze conclusie staat niet in de weg dat de ondernemingsraad op 2 april 1985 akkoord is gegaan met de installatie van het TV-circuit. De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer is immers een fundamenteel recht, waarop ieder individu aanspraak kan maken. Overigens maakt KOMA's produktie 6 niet duidelijk welke informatie en beschouwingen aan het besluit van 2 april 1985 ten grondslag hebben gelegen. Daar komt nog bij dat - blijkens produktie 17 van KOMA - de (nieuwe) ondernemingsraad in de overlegvergadering d.d. 1 juli 1985 (dus nog voor de feitelijke plaatsing van het TV-circuit) te kennen heeft gegeven het standpunt van de oude ondernemingsraad ten aanzien van het TV-circuit niet te delen. 7. De stelling van KOMA (antwoord sub 10) dat 25 van de in totaal 46 in de produktie-afdelingen te Melick werkzame personen aan haar hebben verklaard geen bezwaren tegen installatie en gebruik van het TV-circuit te hebben, doet evenmin afbreuk aan de sub 5 getrokken conclusie. Een van de kenmerken van een grondrecht als het recht op privacy is dat een meerderheid aan een individu of een minderheid de aanspraak op dit recht niet kan ontnemen. De door KOMA gestelde getalsverhouding 25-46 zou overigens een aanwijzing kunnen zijn dat de minderheid in dit geval geen in verschillend opzicht wat marginale groep vormt. 8. Uit het sub 6 en 7 overwogene volgt dat FNV als representatieve werknemersorganisatie welke, naar KOMA erkent, leden onder het KOMA-personeel telt en statutair ten doel heeft de belangen van haar leden te behartigen, in haar vorderingen ontvankelijk is. 9. KOMA voert aan dat, indien FNV een rechterlijke uitspraak wil uitlokken, zij een bodemprocedure aanhangig behoort te maken en dat de belangen van de bij FNV georganiseerde werknemers - tegenstanders van het TV-circuit - niet zo dringend en spoedeisend zijn dat een uitspraak in een bodemgeschil niet kan worden afgewacht. Dit verweer faalt in zoverre dat FNV bij een voorlopig verbod belang heeft nu, zoals hiervoor is overwogen, een vooralsnog niet gerechtvaardigde inbreuk op de privacy is geconstateerd en KOMA, desgevraagd, niet onvoorwaardelijk heeft willen toezeggen dat zij hangende een bodemprocedure het gebruik van het TV-circuit vrijwillig zal staken. 10. Zoals KOMA (antwoord sub 20 alinea 2) stelt, dient voormeld verbod wel te worden beperkt tot het gebruik van het TV-circuit zolang pp. niet tot overeenstemming zijn gekomen dan wel een eindvonnis in een bodemprocedure gezag van gewijsde zal hebben verkregen. Om dit verbod doeltreffend en eenvoudig controleerbaar te doen zijn, zal de eis tot verwijdering van de camera's worden toegewezen. Bij de bezichtiging ter plaatse is zijdens KOMA meegedeeld dat demontage van de camera's technisch eenvoudig en in korte tijd uit te voeren is. 11. De hoogte van de gevorderde dwangsom is niet bestreden. 12. De wijze waarop pp. de zaak en elkaar tot dusverre hebben benaderd is - van weerskanten - niet altijd even gelukkig geweest. Daarom is er nu aanleiding de proceskosten te compenseren, des dat iedere partij de hare draagt. Beslissing De Pres. van de Rb. Gelast KOMA, om binnen 24 uur na de betekening van dit vonnis, de 18 in haar bedrijf te Melick gemonteerde camera's te verwijderen, totdat tussen pp. overeenstemming zal zijn bereikt - of in een bodemprocedure, een gezag van gewijsde hebbend, eindvonnis zal zijn verkregen - over de toelaatbaarheid van het TV-circuit, het gebruik daarvan en de controle daarop, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van f 50 000 voor iedere dag, dat KOMA in gebreke zal blijken te zijn aan dit vonnis te voldoen. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad. Wijst af het meer of anders gevorderde. Compenseert de proceskosten van dit k.g. tussen pp. in dier voege, dat iedere partij de eigen kosten draagt. (Hoger beroep ingesteld. Red.)