JAR 1999/25 Instantie: Kantongerecht Zwolle Datum uitspraak: 30 december 1998 Rolnummer: 96112 VV 98-90 Rechters: Mr. Fikkers Kopje: Buitenechtelijke relatie met collega, Privacy, Toelating tot werk Regeling: [BW art. 7:611, EVRM art. 8] Partijen: Geert Karel Drexhage te Dronten, eiser, gemachtigde: mr D. Warnink, advocaat te Kampen, tegen De Vereniging voor Christelijk Voortgezet Onderwijs te Kampen, Dronten en Omstreken te Kampen, gedaagde, verschenen bij de heer J.H. Gerritsen, jurist bij de Besturenraad Protestants Christelijk Onderwijs, gevestigd te Voorburg. Essentie: Werkgeefster, een gereformeerde school, heeft geweigerd om werknemer, na een periode van ziekte, toe te laten tot het werk, omdat is gebleken dat hij een buitenechtelijke relatie heeft gehad met een collega - met wie hij inmiddels is gaan samenwonen - en omdat hij werkgeefster daarover niet heeft ingelicht. De collega heeft het schoolbestuur over de relatie ingelicht en heeft vervolgens overplaatsing aangevraagd, hetgeen is geeffectueerd. Werknemer vordert thans toelating tot het werk. De kantonrechter stelt vast dat werkgeefster in strijd handelt met haar verplichtingen door werknemer, zonder dat daaraan een geldig besluit ten grondslag ligt, niet toe te laten tot zijn werk. Niet aannemelijk is dat werkgeefster alsnog een geldig besluit in dit opzicht zou kunnen nemen. Voorop staat, aldus de rechter, dat werkgeefster de persoonlijke levenssfeer van werknemer heeft te eerbiedigen, reeds omdat artikel 8 lid 1 EVRM doorwerkt in de arbeidsverhouding. Werkgeefster heeft daarom in beginsel geen recht op informatie over werknemers prive-relaties. Niet is aangetoond dat het recht van werknemer op privacy begrensd wordt door belangen van werkgeefster. Het door werkgeefster aangevoerde belang, dat zij een geruchtenstroom vreest en de effecten daarvan op haar gereformeerde achterban, vormt onvoldoende rechtvaardiging, nu werkgeefster niets te maken heeft met de relatie. Ook het feit dat zij een buitenechtelijke relatie moreel verwerpelijk vindt, geeft haar niet het recht daaraan, in strijd met het EVRM en het Nederlandse arbeidsrecht, arbeidsrechtelijke consequenties te verbinden. Uitspraak Ten aanzien van de feiten: [...] Ten aanzien van het recht: 1 Drexhage is sedert medio 1979 in dienst bij VCVO, laatstelijk in de functie van sectordirecteur HAVO/VWO en ad-junct-lokatiedirecteur van de school aan de J. Ligthartstraat te Kampen. Per 5 november 1998 is Drexhage arbeidsgeschikt verklaard na ziekte vanaf 1 maart 1998. Werkgeefster wenst hem niet toe te laten tot de arbeid. 2 Drexhage vordert toelating tot zijn werkzaamheden op straffe van een dwangsom. Aanvankelijk is hij akkoord gegaan met het initiatief van werkgeefster om hem buitengewoon verlof te verlenen tot en met 16 november 1998. Daarna heeft werkgeefster dat verlof zonder grond, eenzijdig en in strijd met de geldende voorschriften verlengd. Reeds daarom behoort zijn vordering te worden toegewezen, aldus werknemer. Inhoudelijk gaat het volgens Drexhage om een privekwestie, waar werkgeefster niets mee te maken heeft. Hij heeft in de periode tussen eind 1996 en begin 1997 een buitenechtelijke relatie gehad met een toen eveneens gehuwde collega. Na afloop van die relatie heeft deze collega medio 1997 de algemeen directeur ingelicht, die vervolgens bij Drexhage heeft geinformeerd of dit verhaal juist was. Drexhage heeft dat bevestigd. De bewuste collega heeft in maart 1998 in verband met hun toen beeindigde relatie en onder opgave van die reden bij het bestuur van de school overplaatsing naar een andere school onder dit bestuur aangevraagd, hetgeen met ingang van het schooljaar 1998/1999 is ge‰ffectueerd. Nadat zowel hij als zijn collega waren gescheiden, zijn zij in september 1998 gaan samenwonen. 3 Namens werkgeefster is aangevoerd dat haar school een zware achterban uit de Reformatorische Gemeente heeft. Een buitenechtelijke relatie van iemand in de positie van Drexhage kan niet worden geaccepteerd, nu het schoolbestuur daarover een geruchtenstroom bereikt. Zij is bevreesd voor het effect op ouders, leerlingen, docenten en schoolleiding. Werkgeefster verwijt Drexhage dat hij niet terstond uit eigen beweging openheid heeft verschaft over zijn buitenechtelijke relatie met iemand, tot wie hij in een directe functionele relatie stond. Officieel was niemand op de hoogte. Daardoor is een niet te helen vertrouwensbreuk ontstaan. Dat geldt niet voor zijn huidige partner, die immers vrijwillig over haar relatie heeft verteld. Werkgeefster erkent dat zij niet de juiste voorschriften in acht heeft genomen bij haar weigering Drexhage toe te laten tot zijn werk, maar zij wijst er op dat zij zo nodig een nieuw besluit zal nemen dat wel aan de vereisten voldoet. Zij streeft naar be‰indiging van de arbeidsverhouding met Drexhage, die daar aanvankelijk begrip voor had maar nu van gedachten is veranderd. 4 Door te weigeren Drexhage tot zijn werkzaamheden toe te laten zonder dat daaraan een geldig besluit ten grondslag ligt, handelt werkgeefster in strijd met haar verplichtingen. Dit brengt niet automatisch mee dat Drexhage bij wege van voorlopige voorziening zijn werkzaamheden moet kunnen hervatten, want daarvoor is afweging van belangen vereist. Van betekenis daarbij zou kunnen zijn of aannemelijk is dat werkgeefster alsnog een rechtsgeldig besluit kan nemen op grond waarvan Drexhage niet mag werken. Daaromtrent heeft werkgeefster echter geen enkele toetsbare uitlating gedaan. 5.1 Voorop staat, dat VCVO als werkgeefster de persoonlijke levenssfeer van Drexhage als werknemer heeft te eerbiedigen, reeds omdat artikel 8, eerste lid, EVRM in de verhouding tussen werkgever en werknemer doorwerkt. Dit impliceert dat VCVO in beginsel geen recht heeft daarover te worden geinformeerd. Indien werkgeefster meent dat het recht van Drexhage begrensd mag worden in verband met haar gerechtvaardigde werkgeversbelangen, dan zal zij dat aannemelijk hebben te maken. 5.2 In het onderhavige geval is VCVO daarin voorshands niet geslaagd. Zij verwijt Drexhage te hebben gezwegen over iets wat bij uitstek tot iemands priv‚leven behoort. Welk belang zij zou hebben gehad bij spoedig opbiechten daarvan heeft zij niet onder woorden gebracht. Toch hecht zij juist aan eigener beweging gegeven informatie over de relatie zoals die eind 1996/begin 1997 bestond grote, en beslissende, waarde. Daarmee verklaart zij immers het verschil in optreden tegenover Drexhage nu, en tegenover zijn huidige partner in het verleden. VCVO heeft nog wel gesuggereerd dat de positie van Drexhage voor haar van belang is. Niet aannemelijk is geworden dat de verhouding een goede taakvervulling door betrokkenen heeft verhinderd of belemmerd. Bovendien is de bewuste collega inmiddels elders werkzaam. Indien werkgeefster bedoelt dat haar morele maatlat afhankelijk van de functie op verschillende hoogtes kan liggen, kan de kantonrechter dat betoog vooralsnog niet volgen. 5.3 In de als productie 10 overgelegde brief van Schipper, lid van de Besturenraad PCO, aan de gemachtigde van eiser wordt verband gelegd tussen de niet opgebiechte verhouding en het effect op ouders, leerlingen, docenten en schoolleiding. Ter zitting is daar de geruchtenstroom aan toegevoegd. Uitdrukkelijk heeft werkgeefster te kennen gegeven dat zij geen probleem heeft met de huidige relatie tussen beide docenten, nu zij allebei zijn gescheiden. Het heeft er aldus alle schijn van dat werkgeefster bevreesd is voor waardeoordelen vanuit haar eigen organisatie en van anderen over iets waarvan niet aannemelijk is geworden dat zij er iets mee te maken heeft, waarvan zij niet hoefde te weten en waaraan zij, nu zij daar weet van heeft, niets kan veranderen: gebeurd is gebeurd. Het enkele feit dat zij een buitenechtelijke relatie van enige tijd geleden moreel verwerpelijk vindt, geeft werkgeefster niet het recht daar, in strijd met het EVRM en het Nederlandse arbeidsrecht, arbeidsrechtelijke consequenties aan te verbinden. 6 Het voorgaande brengt mee dat de vordering van Drexhage wordt toegewezen. Omdat VCVO niet te kennen heeft gegeven dat zij zich naar de uitspraak van de rechter zal voegen, is er alle reden voor toewijzing van de dwangsom als gevorderd. Wel zal de dwangsom uitsluitend worden toegewezen over schooldagen, en worden gebonden aan een maximum van fl 150.000,=. 7 VCVO wordt, als de in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld in de kosten van deze procedure. Rechtdoende bij wege van voorlopige voorziening: Veroordeelt VCVO om binnen 24 uur na betekening van het ten deze te wijzen vonnis Drexhage toe te laten tot zijn werkzaamheden, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van fl 1.000,= voor iedere schooldag waarop VCVO, binnen 24 uur na betekening van het vonnis, in gebreke blijft aan de veroordeling bij dit vonnis te voldoen, zulks tot een maximum van fl 150.000,=. Wijst af het meer of anders gevorderde. Veroordeelt VCVO in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Drexhage vastgesteld op fl 975,74, waarin begrepen fl 750,= voor salaris gemachtigde. Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.