JAR 1997/189 Instantie: Kantongerecht Schiedam Datum uitspraak: 8 juli 1997 Rolnummer: 171345, 442/1997 Rechters: Mr. Geerdes Kopje: Diefstal van frisdrank en koffie, Ontbinding wegens een dringende reden, Gebruik videocamera, Privacy Regeling: [BW art. 7:611, 7:685] Partijen: De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Rotterdamsche Margarine Industrie Romi BV te Vlaardingen, verzoekster, gemachtigde: Mr J.K.F. Maassen, advocaat te Rotterdam, tegen Dirk den Boer te Vlaardingen, verweerder, gemachtigde: Mr M. Spek, werkzaam bij de FNV te Rotterdam. Essentie: Bij werkgeefster hebben gedurende langere tijd diefstallen plaatsgevonden, onder meer uit een voorraadkast in de kantineruimte, waaruit een pak koffie en blikjes limonade werden weggenomen. In verband hiermee heeft werkgeefster een videocamera laten installeren. Aan de hand van de gemaakte opnamen is vastgesteld dat werknemer bij 2 gelegenheden spullen heeft weggenomen. Werknemer heeft dit tegenover de politie toegegeven. Werkgeefster verzoekt thans ontbinding op grond van een dringende reden. Werknemer stelt dat hij de drank enkel voor directe consumptie heeft meegenomen. Voorts zou werkgeefster niet gerechtigd zijn een videocamera te installeren. De Kantonrechter acht een dringende reden aanwezig. Niet aannemelijk is dat er sprake was van impulsief handelen. Bovendien had werkgeefster uitdrukkelijk gewaarschuwd dat het wegnemen van spullen niet getolereerd werd. Dat de blikjes een relatief geringe waarde hadden is daarbij niet van belang. De Kantonrechter acht het gebruik van videocamera's in de onderhavige zaak geen onredelijk middel, nu werkgeefster een gerechtvaardigd belang had om te weten wie van haar werknemers het vertrouwen schond, uit haar informatiebulletin blijkt dat het gebruik van camera's in het bedrijf niet ongebruikelijk was, en de camera specifiek en alleen was gericht op de kast waaruit gestolen werd. Uitspraak Het verloop van de procedure [...] De beoordeling van het verzoek 1 Verweerder is per 1 november 1992 in de functie van lijnbediende in dienst getreden bij Romi. Hij was laatstelijk werkzaam als Deso-operator in de Raffinaderij. Zijn bruto salaris bedraagt fl3.164,= per maand, exclusief vakantietoeslag en verdere emolumenten. Verweerder is 41 jaar oud. 2 Romi heeft het navolgende aan haar verzoek ten grondslag gelegd. Zij werd geruime tijd geplaagd door diefstallen, ondermeer uit een voorraadkast in de kantineruimte waaruit een pak koffie en blikjes limonade werden weggenomen. In verband hiermede heeft zij een videocamera laten installeren. Aan de hand van de door de camera gemaakte opnamen is vastgesteld dat verweerder op 10 april en 20 april 1997 de voorraadkast heeft geopend en daaruit spullen heeft weggenomen. Hij was daartoe niet bevoegd. Romi heeft aangifte gedaan bij de politie. Verweerder is door de politie verhoord en heeft bekend dat hij bedrijfsdiefstallen heeft gepleegd, onder andere dat hij met een collega frisdranken uit de voorraadkast had genomen en dat hij blikken olie van Romi had ontvreemd en aan een Chinees restaurant had doorverkocht. Later vernam Romi nog dat verweerder ook een frituuroven had gestolen uit de ruimte onder het laboratorium van Romi en een sleutel van de voorraadkast in zijn bezit had. In het zogenaamde Romibulletin, dat aan iedere medewerker thuis wordt toegezonden, is ingegaan op de door Romi geconstateerde interne bedrijfsdiefstal en de consequenties daarvan als men zich hieraan schuldig maakt. In het bulletin van december 1994 staat ondermeer te lezen: 'Wat doet Romi er nog meer aan: - Met dit artikel duidelijk maken dat diefstal niet kan worden getolereerd. Iedereen leest nu nog eens dat je niets zomaar mag meenemen. Doe je het toch dan riskeer je ontslag op staande voet. - Er is bewaking door het plaatsen van camera's bij de uitgangen. - Er wordt binnenkort een bewakingssysteem op het kantoor geplaatst.' In het bulletin van juni 1996 valt ondermeer te lezen: 'Er is anderhalf jaar geleden in het 'Romi Info Bulletin' ook al geschreven over diefstal binnen ons bedrijf. Helaas moeten wij constateren dat dit toch weer een aantal keren is voorgekomen. Wij zijn gedwongen nog scherper op te letten in het opbergen van allerlei artikelen. Triest dat dit zo moet.' Door het plegen van bedrijfsdiefstallen is verweerder het vertrouwen van Romi onwaardig geworden. Zijn handelwijze zou een dringende reden voor ontslag op staande voet hebben opgeleverd indien Romi de dienstbetrekking onverwijld be‰indigd had. Dat heeft Romi in het belang van het onderzoek niet gedaan. Romi verzoekt primair ontbinding wegens een dringende reden en subsidiair wegens verandering van omstandigheden van dien aard dat de dienstbetrekking billijkheidshalve dadelijk behoort te eindigen. Voor een vergoeding aan verweerder is geen plaats. 3 Verweerder heeft het navolgende hiertegenover gesteld. Hij ontkent dat hij zich aan de door Romi genoemde diefstallen heeft schuldig gemaakt, met uitzondering van een aantal blikjes frisdrank en een pak koffie tijdens de nachtdienst. Voorzover hij tegenover de politie anders heeft verklaard heeft hij deze verklaring herroepen. Wat betreft de diefstal van de blikjes frisdrank tijdens de nachtdienst, betrof het blikjes die door verweerder voor directe consumptie door hemzelf en zijn ploeggenoten werden meegenomen. Hij heeft hier eigenlijk nooit veel kwaad in gezien en evenmin zich de consequenties ervan gerealiseerd. De meegenomen koffie is gebruikt voor consumptie tijdens de nachtdienst. Het gebeurde nogal eens dat de koffieautomaat kapot was en gedurende het weekend niet werd gerepareerd. In het verhoor van de politie zou verweerder hebben verklaard dat hij blikken olie zou hebben ontvreemd en doorverkocht. Hij heeft echter niet meer verklaard dan dat het plan om olie te ontvreemden en door te verkopen wel eens in hem is opgekomen maar nooit is uitgevoerd. Ook betwist hij de gestelde diefstal van een frituurpan. Door het plaatsen van een verborgen camera heeft Romi de privacy van haar werknemers geschonden. Het aldus verkregen bewijsmateriaal dient buiten beschouwing te blijven. Het plaatsen van een verborgen camera dient als uiterste middel gebruikt te worden. Er waren nog andere middelen mogelijk geweest, zoals bijvoorbeeld het bijeen roepen van een vergadering, het plaatsen van een ander slot op de kast en dergelijke. Verweerder meent dan ook dat be‰indiging van de arbeidsovereenkomst een te ernstige sanctie is, met name ook gezien de voor hem te verwachten gevolgen. Gezien de omvang en de waarde van de ontvreemde goederen kan gesproken worden van een tamelijk licht vergrijp. Gezien zijn lange en vlekkeloze dienstverband meent hij dat hem nog een kans dient te worden geboden. Verweerder concludeert tot afwijzing van het verzoek. 4 De kantonrechter overweegt als volgt. Vaststaat dat verweerder meer dan eens blikjes frisdrank uit de afgesloten voorraadkast heeft gehaald. Hij verschafte zich toegang tot die kast middels een sleutel die hij naar eigen zeggen in januari van dit jaar in het slot van de kast had aangetroffen en toen tot zich heeft genomen. De kantonrechter acht de aard en de wijze van de aan verweerder verweten diefstal -in aanmerking nemend dat deze alleen plaatsvonden tijdens nachtdiensten, dat het niet ging om impulsief wegnemen van iets dat op verweerders weg kwam, maar dat er sprake was van welbewust herhaald handelen, nadat Romi blijkens de informatiebulletins haar werknemers er uitdrukkelijk op had gewezen diefstal niet te tolereren en voor de mogelijke gevolgen had gewaarschuwd- zodanig dat er sprake is van een dringende reden voor ontslag. Daaraan doet niet af dat de gestolen blikjes een relatief geringe waarde hadden. Het gaat immers bij diefstal c.q. verduistering in dienstbetrekking niet zozeer om de waarde van de verduisterde goederen doch in het bijzonder om het geschonden vertrouwen van de werkgever in de desbetreffende werknemer. De beantwoording van de vraag of verweerder zich schuldig heeft gemaakt aan nog meer diefstallen is voor de beoordeling van het verzoek verder niet relevant. Namens verweerder is aangevoerd dat Romi door het installeren van een verborgen camera en daarmee opnamen te maken de privacy van verweerder heeft geschonden. De kantonrechter begrijpt het verweer aldus dat verweerder zich op het standpunt stelt dat om die reden de bandopname en hetgeen vervolgens naar aanleiding van hetgeen op die banden te zien is geweest is gebeurd, bij beoordeling van het verzoek buiten beschouwing gelaten zou moeten worden. De kantonrechter stelt bij de beoordeling van dit verweer voorop dat aannemelijk is dat pogingen van Romi om het verschijnsel dat sprake is van interne diefstal een halt toe te roepen middels waarschuwingen aan het personeel kennelijk niet hebben geresulteerd. Het moge zo zijn dat door het vervangen van het slot op de onderhavige voorraadkast mogelijke diefstallen ook zouden zijn voorkomen, doch daarmee zou niet komen vast te staan wie zich aan die diefstallen schuldig had gemaakt. Romi had een gerechtvaardigd belang om te achterhalen wie van haar werknemers het in hem of haar gestelde vertrouwen schond. Waar bovendien uit de informatiebulletins blijkt dat het gebruiken van camera's binnen Romi niet ongebruikelijk is acht de kantonrechter het plaatsen van een camera -specifiek en alleen gericht op een kast waaruit gestolen wordt- in de gegeven omstandigheden geen onredelijk middel. Indien en voorzover al aangenomen zou moeten worden dat door het maken van deze video-opnamen de privacy van de werknemers geschonden zou worden staat daar tegenover het zwaarwegende belang van de waarheidsvinding en de gerechtvaardigde aanspraken van Romi op de bescherming van haar eigendommen, welke laatstbedoelde belangen in de gegeven omstandigheden prevaleren boven verweerders belang bij privacybescherming, hetgeen met zich brengt dat niet valt in te zien dat Romi zich niet had mogen bedienen van en beroepen op de videobanden en hetgeen daarop te zien valt. Het bovenstaande brengt met zich dat de kantonrechter het verzoek van Romi op de primaire grondslag voor toewijzing vatbaar acht. Verweerder heeft het ontstaan van deze situatie volledig aan zichzelf te wijten, zodat er geen reden is hem een vergoeding toe te kennen. Gelet op de aard van het geschil acht de kantonrechter evenwel een kostencompensatie op zijn plaats. De beschikking De kantonrechter: ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 15 juli 1997; compenseert de kosten van de procedure in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt; wijst af het meer of anders verzochte.